Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Het Europees begrotingskader

Het Europees begrotingskader
24/10/2017 9:26

​Het Europees begrotingskader bevat verplichtingen en vereisten die de lidstaten van de Europese Unie moeten naleven bij de uitwerking en de uitvoering van hun begroting.

Het kwam tot stand bij de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in het Verdrag van Maastricht (1992). Bedoeling van het begrotingskader was stabiliteit te waarborgen in de EMU om de eenheidsmunt te kunnen invoeren.


Het bestond uit twee grote delen: convergentiecriteria en een procedure bij buitensporige tekorten.

Om te mogen toetreden tot de EMU moeten de kandidaten convergentiecriteria naleven met betrekking tot inflatie, houdbaarheid van de overheidsfinanciën, wisselkoersen en rentevoeten. De referentiewaarden voor deze criteria zijn vastgelegd in het Protocol nr. 13 over de convergentiecriteria.

De lidstaten van de Europese Unie moeten buitensporige overheidstekorten vermijden. Volgens het Protocol nr. 12 over de procedure inzake de buitensporige tekorten mag het tekort niet meer bedragen dan 3 % van het bbp. De schuldgraad mag niet hoger liggen dan 60 % van het bbp.

 

Het stabiliteits- en groeipact

In 1997 werd bij het Verdrag van Amsterdam het stabiliteits- en groeipact in het leven geroepen. Dit pact voert het preventieve (verordening nr. 1466/97) en corrigerende (verordening nr. 1467/97)  gedeelte van de procedure bij buitensporige tekorten in.

 
Dit begrotingskader wil een zekere financiële stabiliteit binnen de Europese Unie waarborgen, meer bepaald in de economische en monetaire unie (eurozone).
 
Als gevolg van de financiële en economische crisis van 2008 werd het Europees begrotingskader grondig versterkt en aangevuld met het 06 2015 Six-pack.pdfSix-pack.pdf (een pakket met vijf verordeningen en een richtlijn) en het   (een pakket met vijf verordeningen en een richtlijn) en het   Two-pack (een pakket met twee verordeningen die enkel gelden voor lidstaten uit de eurozone).
 

De middellangtermijndoelstelling van België

In toepassing van het stabiliteit- en groeipact moet elke lidstaat zich een doelstelling op middellange termijn aanmeten (medium-term objective, MTO). Dit moet uitgedrukt worden in structurele termen (financieringssaldo bijgestuurd aan de hand van de conjunctuurschommelingen en de tijdelijke maatregelen).

Thans bedraagt deze doelstelling voor België 0,0 % van het bbp.

 

Het convergentietraject naar de middellangetermijndoelstelling

Om zijn MTO te halen moet België een convergentietraject uitstippelen naar deze middellangetermijndoelstelling.
 
Dat traject moet voorzien in een verbetering van het structureel saldo met minstens 0,5 % van het bbp per jaar. Het wordt voorgesteld in het stabiliteitsprogramma.
 

Het stabiliteitsprogramma

België moet elk jaar in april zijn stabilieitsprogramma voorleggen aan de instanties van de Europese Unie. In dit document stelt ons land zijn begrotingsdoelstellingen voor het lopende jaar en de drie volgende jaren voor.
 
Het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013 betreffende de uitvoering van artikel 3, §1 van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur stelt een coördinatiemechanisme in tussen de federale staat, de gemeenschappen, de gewesten en de gemeenschapscommissies om de begrotingsdoelstellingen te bepalen bij het bijwerken van het stabiliteitsprogramma.
Het Overlegcomité pleegt overleg over de globale begrotingsdoelstelling van België en legt individuele begrotingsdoelstellingen vast voor elke entiteit.
 
Op basis van het stabiliteitsprogramma en het nationaal hervormingsprogramma (document dat de sociaaleconomische hervormingen voorstelt en dat op hetzelfde tijdstip als het stabiliteitsprogramma wordt ingediend) geeft de Raad van de Europese Unie specifieke aanbevelingen per lidstaat.
 
 
 
 
 
 

Het ontwerpbegrotingsplan

België legt elk jaar uiterlijk op 15 oktober een ontwerpbegrotingsplan voor aan de Europese Commissie.
Dit plan stelt de grote invalshoeken voor van de ontwerpen van begroting van alle overheden voor het volgende jaar.
 
 
Het vorderingensaldo van België zou in 2018 teruggebracht worden tot -1,1 % van het bbp. Dit stemt overeen met een structureel saldo van -0,8 % van het bbp. Het structureel saldo verbetert dus over de periode 2016-2018 met ruim 1 % bbp.
 
 
 
 
 
 
In november brengt de Commissie advies uit over dit ontwerpbegrotingsplan. 
 
 
 
 
 

Procedure bij buitensporige tekorten

Op elk ogenblik moeten de EU-lidstaten ervoor zorgen dat ze twee referentiewaarden naleven (Protocol nr. 12 over de procedure bij buitensporige tekorten):
 
• een binnenlands overheidstekort lager dan 3 % van het bbp
• een schuldgraad van minder dan 60 % van het bbp (tenzij die daalt met een twintigste per jaar).
 
Als een lidstaat een van deze waarden overschrijdt kan de Raad een procedure bij buitensporige tekorten opstarten. Dan eist de Raad van de Europese Unie van de betrokken lidstaat dat die zo vlug mogelijk het buitensporig tekort wegwerkt.
 
Een lidstaat die dergelijke procedure bij buitensporige tekorten ondergaat, moet regelmatig rapporteren. Als hij zijn buitensporig tekort niet bijstuurt binnen de toegemeten termijn kan hij boetes opgelegd krijgen.
 
 
 
Op 2 december 2009 heeft de Raad van de Europese Unie een procedure opgestart tegen België wegens buitensporig begrotingstekort. De Raad heeft verschillende aanbevelingen geformuleerd om België in staat te stellen zijn tekort tegen 2012 terug te brengen tot minder dan 3 % van het bbp.
 
Ondanks de ingrijpende saneringsmaatregelen die België in die periode genomen heeft, kon die doelstelling niet worden gehaald in 2012. In dat jaar bedroeg het Belgisch begrotingstekort 3,9 %. Dit was onder meer te wijten aan een verslechtering van de economische groei ten opzichte van de ramingen en aan de herkapitalisatie van Dexia (welke een impact heeft gehad op het begrotingssaldo ten bedrage van ongeveer 0,8% van het bbp). Daarom besloot de Raad op 21 juni 2013 België aan te manen zijn toestand van buitensporig begrotingstekort weg te werken. Dit besluit verplichtte België alle nodige maatregelen nemen om zijn nominaal tekort terug te brengen tot 2,7 % van het bbp en zijn structureel saldo te verbeteren met 1 % van het bbp in 2013. De Raad eiste ook dat België elk kwartaal verslag zou uitbrengen over zijn begrotingstoestand en een rapport zou voorleggen over het aannemen van mechanismen om de coördinatie van het begrotingsbeleid tussen de verschillende overheden te versterken.
 
België is deze verplichtingen nagekomen. Daarom heeft de Raad op 20 juni 2014 besloten de procedure bij buitensporige tekorten tegen België te heffen.
 
 
 
 
 
September 2013
 
December 2013
 
Maart 2014
  

COUNCIL DECISION of 17 June abrogating Decision 2010/283/EU on the existence of an excessive deficit in Belgium

 

|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten