Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Begrotingscyclus

Begrotingscyclus
29/01/2014 12:11

Tijdsband van de begrotingscyclus 

De begroting is een raming van vermoedelijke uitgaven en ontvangsten voor een toekomstig jaar, ze houdt per definitie een onzekerheidsfactor in. De begrotingscyclus bestrijkt een periode van drie jaar en wordt uitgesplitst in drie grote fasen:
  1. de voorbereidende fase of de totstandkoming van de begroting;
  2. de fase van de uitvoering van de begroting tijdens het betrokken dienstjaar;
  3. de fase van de afsluiting met het opstellen van de eindrekening of wet houdende eindregeling van de begroting.
In de loop van het begrotingsjaar 2012 wordt dus:
-    de begroting 2012 uitgevoerd;
-    de begroting 2013 voorbereid;
-    de begroting 2011 afgesloten.
 

Voorbereiding (=begrotingsjaar n-1)

Bij de totstandkoming van de begroting treedt in de eerste plaats de regering op, die het ontwerp van de begroting moet opstellen en vervolgens de Kamer van volksvertegenwoordigers, die het ontwerp dient te behandelen en goed te keuren.

Het leeuwendeel van de technische begrotingsvoorbereiding gebeurt onder toezicht en impuls van de minister van Begroting, daarin bijgestaan door de FOD Budget en Beheerscontrole en de Inspectie van Financiën.

Hierna volgt een kort chronologisch overzicht:
  • April: De minister van Begroting stelt een omzendbrief  op waarin uitgelegd wordt op basis van welke technische parameters en principes de begroting opgemaakt moet worden.
  • Mei: Aan de hand van de richtlijnen in deze omzendbrief stelt elke minister met zijn administratie een voorafbeelding van de begroting van zijn FOD/departement op. Die voorstellen worden voor advies voorgelegd aan de Inspecteur van Financiën die als budgettair en financieel adviseur van de minister bij het betrokken departement geaccrediteerd is en een verslag opmaakt voor de minister van Begroting.
  • Juni: Bilaterale vergaderingen (discussie tussen de FOD/departementen en de minister van Begroting).
  • September: Postbilaterale vergaderingen op beleidscellen over de bilaterale knelpunten inzake primaire uitgaven.  Verzamelen en evalueren van de ramingen van de fiscale ontvangsten, de interestlasten, de ontvangsten en uitgaven van de stelsels van sociale zekerheid,…
  • Oktober: Afronding politieke discussie en goedkeuring van de definitieve cijfers door de Ministerraad (begrotingsconclaaf), daarna moeten de documenten bij de Kamer van volksvertegenwoordigers worden ingediend, dit uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat.
  • November –december: De voorstellen worden eerst in de Kamercommissies Begroting en Financiën besproken en daarna in de openbare vergadering. Het Rekenhof treedt hierbij op als begrotingsspecialist van de Kamer. De goedkeuring van de begroting is een grondwettelijk prerogatief van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het begrotingsjaar moet de begroting goedgekeurd zijn.
 

Uitvoering en afsluiting

Uitvoering van de begroting (=begrotingsjaar n)

De tweede fase van de begrotingscyclus is de uitvoering van de begroting door de regering. De uitvoering bestaat enerzijds uit de inning van de ontvangsten bepaald in de Middelenbegroting en anderzijds uit het verrichten van de uitgaven waarvoor de Kamer van volksvertegenwoordigers machtiging verleent door het goedkeuren van de Algemene Uitgavenbegroting.

In de loop van het begrotingsjaar kunnen wijzigingen worden aangebracht. Zo wordt in februari de begroting volledig onderzocht en eventueel aangepast (begrotingscontrole).

Na de begrotingscontrole wordt het aanpassingsblad bij de begroting goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Indien nodig worden in de loop van het jaar (meestal in het najaar) nog een aantal specifieke aanpassingen doorgevoerd, die eveneens moeten worden goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Ontvangsten
De ambtenaren die gemachtigd zijn om staatsgelden te innen worden rekenplichtigen der ontvangsten genoemd. Elke ontvangst gebeurt voor rekening van de FOD Financiën, die het bedrag ervan centraliseert in de boeken en de comptabiliteit van de Thesaurie. 

In tegenstelling tot de uitgavenkredieten die, met uitzondering van de variabele kredieten, een limiet bepalen waarboven geen uitgaven gedaan mogen worden, hebben de bedragen in de Middelenbegroting geen plafonds.

Het grootste deel van de Staatsontvangsten vloeit voort uit belastingen en is dus van fiscale aard. 

De overige ontvangsten, m.a.w. de niet-fiscale ontvangsten, resulteren niet uit verplichte heffingen; het gaat voornamelijk om inkomsten uit staatseigendommen, zoals interesten, huurgelden, winsten, bijdragen, verkopen van goederen

Uitgaven
Door middel van de begroting stelt de Kamer van volksvertegenwoordigers jaarlijks kredieten ter beschikking van de uitvoerende macht om uitgaven mogelijk te maken.

In het verloop van de uitgaven worden volgende  fasen onderscheiden:

  • de vastlegging;
  • de vereffening;
  • de ordonnancering;
  • en de betaling.

De vier fasen van de uitgaven in detail.

Afsluiting (=begrotingsjaar n+1)
Vóór 30 juni van elk jaar dient de Minister van Begroting bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers het ontwerp van wet ter goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur in. Voordien heeft de Minister van Begroting, vóór 31 maart van het jaar volgend op het begrotingsjaar, de algemene rekening van het algemeen bestuur opgesteld. Daarin zijn de jaarrekeningen en de uitvoeringsrekening van de begroting vervat.

Die algemene rekening wordt op haar beurt door het Rekenhof overgezonden aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers samen met de opmerkingen van dat hof.

|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten