Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Het begrip Begroting

Het begrip Begroting
29/01/2014 12:08

Definitie

Een begroting is een akte die uitgaat van de begrotingsgezagsdragers en waarin de verwachte en toegelaten ontvangsten en uitgaven van een overheid zijn opgenomen voor een bepaalde periode, meestal één jaar.


Deze definitie kan worden toegepast op het niveau van de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten, de provincies, de gemeenten, de instellingen van openbaar nut. 

Een begroting is méér dan een raming van ontvangsten en uitgaven, omdat ze aangeeft welke middelen een overheid wil besteden aan haar beleid tijdens het begrotingsjaar.  Het is dus een akte met een politieke en sociaal-economische draagwijdte. 

De goedkeuring van de begroting door de wetgevende macht (de Kamer van volksvertegenwoordigers) houdt in feite een goedkeuring in van het beleid van de uitvoerende macht.

De Belgische Staatsbegroting bestaat uit drie onderdelen: de Middelenbegroting, de Algemene Uitgavenbegroting en de Algemene Toelichting.


De voornaamste kenmerken van de begroting

- De begroting is een formele wet. De begroting neemt de vorm aan van een wet. Zij wordt in de praktijk aan dezelfde parlementaire procedure onderworpen als een gewone wet. Toch is zij geen echte materiële wet: zij bevat immers geen permanente normatieve bepalingen waaruit rechten en verplichtingen ontstaan voor juridische personen en is van nature slechts geldig voor een jaar. Aangezien de  ontwerpbegrotingswetten geen reglementair karakter hebben worden ze niet ter advies voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State. 

- De begroting is een essentieel beleids- en beheersinstrument. Zij is de financiële vertaling van wat de regering zich voorneemt te verwezenlijken op elk van haar bevoegdheidsgebieden. Het komt de regering, bijgestaan door haar bestuursapparaat, toe de begroting voor te bereiden en uit te voeren en rekenschap af te leggen tegenover de wetgevende macht. Door de begroting aan te nemen geeft het Parlement de regering machtiging om belastingen te heffen en, dankzij de aldus bekomen financiële middelen, het beleid te voeren dat ze heeft vastgelegd in haar regeerverklaring. Wanneer het Parlement weigert de begroting goed te keuren heeft dit dan ook ernstige gevolgen voor het functioneren van de regering.

- De begroting somt de verschillende bronnen van de staatsontvangsten op en de bedragen die voor elk ervan geraamd worden. Zij heft de opschortende voorwaarde op inzake belastingontvangsten en geeft overigens de regering uitdrukkelijk het bevel de belastingen te heffen. Ze geeft haar bovendien machtiging om een beroep te doen op leningen.

- De begroting voorziet in de uitgaven die de regering gemachtigd is te verrichten met eerbiediging van de regel van de specialiteit. Dit houdt in dat de kredieten niet kunnen worden aangewend voor een ander programma dan datgene waaraan ze zijn toegekend (kwalitatief aspect) en dat de goedgekeurde bedragen niet mogen worden overschreden (kwantitatief aspect). Hierbij dient onmiddellijk vermeld te worden dat de goedkeuring van een krediet de overheid niet verplicht de uitgave in kwestie te verrichten, terwijl sommige uitgaven dan weer dwingend zijn, bijvoorbeeld omdat ze voortvloeien uit organieke wetten.

- De begroting is een eenheid; een enkelvoudige eenheid als er één enkele wet is, een samengestelde eenheid als het gaat om een geheel van wetten. De begroting maakt het mogelijk de ontvangsten en uitgaven in hun geheel met elkaar te vergelijken, net als de kredieten bestemd voor de diverse beleidsdomeinen. Ze vormt dus een vergelijkende lijst waardoor het mogelijk is te oordelen zowel over het evenwicht van de overheidsfinanciën als over de kwaliteit van de staatsuitgaven. 

- De begroting  is onderworpen aan het beginsel van de universaliteit. Krachtens dit beginsel moeten alle ontvangsten en uitgaven opgenomen worden in de begrotingswet. 

- De begroting is jaarlijks. De inhoud van “jaarlijks” is tweeledig: zij wordt elk jaar goedgekeurd en is slechts gedurende een jaar van kracht.
    

Begrotingsprincipes

De algemene begrotingsbeginselen die hierna worden toegelicht zijn van toepassing op de diensten van het algemeen bestuur, namelijk alle FOD’s en POD’s, ongeacht of ze al of niet het FEDCOMsysteem toepassen.

De éénjarigheid

De begroting is slechts één jaar geldig. Ieder jaar keurt de Kamer van volksvertegenwoordigers de begroting goed.

Over de belastingen ten behoeve van de Staat wordt jaarlijks gestemd. De regels die ze invoeren gelden slechts voor één jaar tenzij ze vernieuwd worden.

De ontvangsten en uitgaven van de diensten van algemeen bestuur van de Staat voor elk begrotingsjaar worden vastgesteld en toegestaan bij jaarlijkse wetten. Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar. Het boekjaar (algemene comptabiliteit) en het begrotingsjaar (begrotingscomptabiliteit) vallen samen met het kalenderjaar.

Om de uitvoerende macht (de regering) toe te laten zijn opdracht met enige soepelheid te volbrengen, werden een aantal afwijkingen op de regel van de eenjarigheid vastgelegd.


De specialiteit

De Kamer van volksvertegenwoordigers stelt de kredieten van elk begrotingsprogramma vast. Elke uitgave stemt overeen met een specifieke begrotingspost.

De ministers mogen geen enkele uitgave vastleggen of vereffenen boven de voor ieder van hen bij wet geopende kredieten of boven de machtigingen verleend door de Ministerraad krachtens artikel 70 (wet van 22 mei 2003).Ze mogen het bedrag van de kredieten bestemd voor hun onderscheiden diensten niet verhogen door bijzondere inkomsten (art. 61, 1ste en 2de lid, wet van 22 mei 2003).

Dit artikel verbiedt de ministers voor een uitgave waarvan de aard bepaald is, een bedrag te besteden hoger dan het krediet dat bij wet is uitgetrokken voor deze uitgaven. Dit zou op verschillende manieren kunnen gebeuren:

    door een krediet over te schrijven van een programma naar een ander (en het principe van de specialiteit te schenden);
    door bijzondere bronnen (van inkomsten) aan te spreken (en het principe van de universaliteit te schenden);
    door te proberen een uitgave aan te rekenen op het krediet van een programma voor een uitgave van een andere aard (dit zou een foutieve aanrekening zijn en dus een schending van de specialiteit).

Het Rekenhof waakt erover dat geen artikel van de uitgaven van de begroting wordt overschreden en dat geen overschrijving (transfer tussen begrotingsartikelen) plaats heeft. Het Rekenhof heeft permanent en onmiddellijk toegang tot de budgettaire aanrekeningen. Het licht zonder uitstel de bevoegde Minister, de Minister van Begroting en, in voorkomend geval, de Kamer van volksvertegenwoordigers in over elke vastgestelde overschrijding of overschrijving van de kredieten.

De controleurs van de vastleggingen zien erop toe dat de uitgaven juist worden aangerekend op de basisallocaties en dat deze laatste niet worden overschreden.

Sinds de invoering van de algemene uitgavenbegroting volgens een programmastructuur ligt de wettelijke specialiteit op het niveau van de kredieten voor de programma’s en de administratieve specialiteit op het niveau van de basisallocaties.

Daarnaast omvat het beginsel van de specialiteit twee aspecten:

    kwalitatief aspect: de verplichting de begrotingstoekenning te eerbiedigen van de kredieten die voor elke uitgave worden uitgetrokken (geen overschrijvingen);
    kwantitatief aspect: het verbod de bedragen te overschrijden die voor elk ervan zijn goedgekeurd.

Afwijkingen op het principe van de specialiteit.


De eenheid van de begroting

Elk jaar wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers de eindrekening vastgesteld en de begroting goedgekeurd.

De regel van de eenheid vereist dat alle ontvangsten en alle uitgaven van de Staat in een enkel document worden opgenomen en tegelijkertijd ter goedkeuring worden voorgelegd aan de begrotingsoverheid. Er mag slechts een enkele Staatsbegroting bestaan. Deze begroting dient de ontvangsten en de uitgaven van alle Staatsdiensten te groeperen, zonder uitzondering.

Deze regel schept duidelijkheid en oprechtheid en werd traditioneel beschouwd als noodzakelijk om een gezond beheer van de overheidsfinanciën te waarborgen. Het spreekt vanzelf dat als de machtigingen tot uitgaven en de ramingen van de ontvangsten zouden verdeeld zijn over verschillende akten, het moeilijk zou zijn om snel te bepalen of ze in evenwicht zijn.

De begroting van de Staat wordt voorgesteld in de vorm van twee afzonderlijke begrotingsdocumenten: de middelenbegroting en de algemene uitgavenbegroting. Het beginsel van de eenheid wordt dus niet naar de letter nageleefd maar wel in de geest. Dit gebeurt dankzij, enerzijds de verdeling onder de parlementsleden van de algemene toelichting – een document met tal van samenvattende tabellen - en dat de verschillende elementen van de begroting in een globaal perspectief plaatst; anderzijds worden die drie documenten tegelijkertijd ingediend tegen 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken begrotingsjaar.

In de fase van de rekeningen neemt de wet tot goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur de vorm aan van een enige akte over alle ontvangsten en uitgaven van de Staat.

Afwijkingen van het principe van de eenheid.


De algemeenheid of universaliteit

Alle staatsontvangsten en -uitgaven moeten op de begroting en in de rekeningen worden gebracht. De ministers mogen het bedrag van de kredieten bestemd voor hun onderscheiden diensten niet verhogen door bijzondere inkomsten.

De regel van de universaliteit bevat voornamelijk het verbod compensaties te maken tussen sommige ontvangsten en sommige uitgaven. Zo’n werkwijze zou ertoe leiden dat in de begroting enkel het saldo van de verrichting voorkomt. Daarom ook noemt men dit de regel van niet- samentrekking of van bruto-opbrengst.

Het betekent dus dat alle ontvangsten dienen te worden ingeschreven in de middelenbegroting voor hun volledig bedrag, zonder enige aftrek voor inningskosten of van andere aard. Zo ook moeten alle uitgaven in hun totaal worden ingeschreven in de begroting, zonder compensatie (d.w.z. zonder samentrekking) door hun overeenstemmende ontvangsten.

Toegepast bijvoorbeeld op de ontvangstdiensten, vereist dit principe dat ontvangst wordt gemaakt van het volledig bedrag van de opbrengsten. De kosten voor inning en regeling, evenals andere bijkomende kosten, worden geboekt als uitgaven.

Een netto begroting daarentegen neemt enkel het netto bedrag op van de uitgaven en de ontvangsten die ermee overeenstemmen, na onderling enkele compensaties te hebben uitgevoerd.

Afwijkingen van het principe van de universaliteit.


De niet-toewijzing van de ontvangsten

De gezamenlijke ontvangsten zijn bestemd voor de gezamenlijke uitgaven.

Dit is een logisch gevolg van het principe van de universaliteit. Het betekent dat de gezamenlijke ontvangsten geïnd door de Schatkist voor rekening van de Staat opgaan in een enkele massa die zonder onderscheid van bron, de gezamenlijke uitgaven dekt van de Staat. Alle ontvangsten vormen een massa waarin ze hun individualiteit verliezen en waarop de nodige fondsen worden afgehouden voor de uitgaven, zonder dat het mogelijk is te bepalen welke bijzondere ontvangst deze of geen uitgaven heeft mogelijk gemaakt.

Soms bestaat de neiging om de regel van niet-toewijzing te verwarren met de regel van universaliteit. Universaliteit bestaat erin afzonderlijk in de begroting alle uitgaven in te schrijven en alle ontvangsten, zonder onderling compensatie uit te voeren. Het principe van niet-toewijzing verbiedt dat sommige ontvangsten dienen om bepaalde uitgaven te dekken, terwijl de ene en de andere in de begroting zijn ingeschreven. De universaliteit verbiedt boekhoudkundige compensaties, terwijl de niet-toewijzing juridische verbindingen verbiedt tussen ontvangsten en uitgaven.

Afwijkingen van het principe van de niet-toewijzing van de ontvangsten.


De kaseenheid

Alle in de kassen van het algemeen bestuur ontvangen geld wordt gecentraliseerd op de rekening van de Staatskas.

Geen uitgave kan worden gedaan zonder de tussenkomst van de Minister van Financiën, behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen.

De regel van de eenheid van kas vloeit net als de niet-toewijzing van de ontvangsten, voort uit het principe van de universaliteit van de begroting. Een enkele kas centraliseert alle ontvangsten van gelden en voorziet in de uitgaven van de verschillende diensten, onder het gezag van de Minister van Financiën.


De openbaarheid

Iedereen kan de begroting inkijken. In België komt de begroting tot stand in de vorm van een wet.

De regering dient hiertoe jaarlijks twee wetsontwerpen (ontvangsten en uitgaven) in bij de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze worden in openbare vergadering, zowel in commissie als in plenum, besproken en ter stemming gebracht. Na goedkeuring worden ze in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Dit geldt ook voor de rekeningen (het eindresultaat van de begroting). Ook de diverse media dragen in ruime mate bij tot de openbaarheid van de begrotingen.
 
|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten