Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Lezen van een begroting

Lezen van een begroting
29/01/2014 12:06

Lezen van een begrotingstabel

De begroting is  een akte waarin het Parlement jaarlijks alle geplande staatsuitgaven én alle ontvangsten die vereist zijn om deze te betalen, raamt en toestaat.  De begroting bestaat uit een lijst van ontvangsten en uitgaven, in de vorm van een wet. In de praktijk worden de ontvangsten en de uitgaven evenwel in twee aparte begrotingswetten opgenomen:
- de Middelenbegroting voor de ontvangsten;
- de Algemene uitgavenbegroting voor de uitgaven.

De Middelenbegroting en de Algemene uitgavenbegroting zijn op dezelfde manier opgebouwd. Ze bevatten:
- wetsbepalingen;
- de krediet /ontvangstentabellen;
- verantwoordingen;
-eventueel een aantal specifieke bijlagen.

Hierna wordt een toelichting gegeven bij een krediettabel van de Algemene uitgavenbegroting.

De programmabegroting

De Algemene Uitgavenbegroting volgt een programmastructuur. Onder “programmastructuur” verstaat men de manier waarop de begrotingsartikelen in de algemene uitgavenbegroting verdeeld worden in gehelen of subgehelen volgens het “getrapte” schema hierna:

  DEPARTEMENTALE SECTIES
      ORGANISATIEAFDELINGEN
          PROGRAMMA’S
              BASISALLOCATIES
 
Onder “organisatieafdeling” (code 01 tot 99) verstaat men elk groot samenstellend deel van de departementale organisatie dat een belangrijk beheerscentrum uitmaakt (bvb. een algemene directie of een gelijkwaardige administratieve entiteit).

Onder “programma” (code 0 tot 9) verstaat men elk geheel van de activiteiten die, binnen elke organisatieafdeling, bijdragen tot de verwezenlijking van een gegeven doelstelling en de inzet vergen van begrotingsmiddelen.

Een “bestaansmiddelenprogramma” (code 0) bevat het geheel van de personeels-, werkings-, en uitrustingskosten van een organisatieafdeling.

Een “activiteitenprogramma” (code 1 tot 9) bevat het geheel van de specifieke kosten voor een welbepaald doel, met uitzondering van de uitgaven die al vervat zijn in het bestaansmiddelenprogramma.

Die activiteiten kunnen zijn:
- ofwel één van de permanent uitgeoefende opdrachten van de organisatieafdeling,
- ofwel een gelegenheidsopdracht toevertrouwd aan deze afdeling.

Een “activiteit” (code 1 tot 9) is de werkzaamheid of verrichting waaraan begrotingsmiddelen worden toegewezen en die, afzonderlijk of gegroepeerd, bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstelling van het activiteitenprogramma.

De “basisallocaties” vormen de uitsplitsing van de kredieten voor de programma’s volgens de economische classificatie (ESR 95), waarop de uitgaven worden aangerekend.


Begrotingstabellen

De begrotingstabel bestaat uit een lijst van uitgaven die de verschillende overheidsdiensten in de loop van een bepaald begrotingsjaar mogen doen. De tabel is opgebouwd volgens een vaste structuur, waarin per begrotingspost de kredieten zijn opgenomen in de vorm van programma's.

Ter illustratie volgt hier een voorbeeld uit de tabel voor het begrotingsjaar 2012, dat betrekking heeft op de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu (sectie 25).


Omschrijving van de uitgaven

  • Kolom (13) en (2)  

    In kolom 13 van de tabel vindt men een omschrijving van de goedgekeurde kredieten.
    De structuur van de kredieten is vast met verschillende onderverdelingen (kolom 2):
    - OA = organisatieafdeling;
    - PA = programma-activiteit;
    - BA = basisallocatie.

    • Organisatieafdeling (voorbeeld: OA 51 –  DG1-Gezondheidszorgvoorzieningen)
      Onder organisatieafdeling verstaat men elk groot onderdeel van een departementale organisatie (= FOD/POD) die een op zichzelf staand beheerscentrum vormt. Het gaat meestal om algemene directies.
    • Programma (voorbeeld: 0 Bestaansmiddelenprogramma)
      Aan elke organisatieafdeling zijn een of meerdere programma’s verbonden, die gedefinieerd kunnen worden als een geheel van uitgaven. Men maakt een onderscheid tussen de bestaansmiddelenprogramma’s die nodig zijn om de personeels-, werkings- en uitrustingskosten van een organisatieafdeling te dekken, en de activiteitenprogramma’s, die de uitgaven groeperen die specifiek verbonden kunnen worden met de activiteiten van een organisatieafdeling en die gericht zijn op de realisatie van bepaalde beleidsdoelstellingen.
      Het is belangrijk om weten dat de machtiging van de wetgever tot het doen van uitgaven zich juist situeert op het niveau van de programma’s
      .
    • Programma-activiteit (voorbeeld: 2 Werkingskosten)
      De programma-activiteit betreft de nadere aanwijzing van een opdracht binnen een programma.
    • Basisallocatie (voorbeeld: 74.22.04 Investeringsuitgaven inzake de informatica)
      De basisallocatie is het kleinste onderdeel van de structuur, dat overeenstemt met een welbepaald krediet of een welbepaalde gemachtigde uitgave. 
      De eerste vier cijfers van de basisallocatie geven een aanduiding van de economische aard (economische code) van de verrichtingen ten laste van het betrokken krediet; deze maken een hergroepering van de staatsuitgaven mogelijk (de zgn. economische hergroepering); de laatste twee cijfers betreffen enkel een volgnummer


      voorbeeld: 

      - 74: 
      Verwerving van overige investeringsgoederen, waaronder onlichamelijke zaken;
      - 22: Bijdragen in toevallige exploitatieverliezen van overheidsbedrijven (pro memorie).
  •  Kolom (4)  

    Aangevraagde vastleggingskredieten voor 2012.
  •  Kolommen (5) en (8)  

    Aangepaste vastleggingskredieten en vereffenings- of ordonnanceringskredieten voor 2011 = toestand na de eerste en tweede aanpassingen + de herverdelingen van basisallocaties, de bij koninklijk besluit getransfereerde of verdeelde kredieten, de begrotingsberaadslagingen van de Ministerraad en de herramingen van de veranderlijke kredieten van de begrotingsfondsen op 31 oktober 2011.
  •  Kolommen (6) en (9)  

    Verwezenlijkingen 2010.
  •  Kolom (7)  

    - Aangevraagde vereffeningskredieten voor 2012.
    - Geraamde betalingen.
  •  Kolom (10)  

    - ks : kredietsoort;
    - lim : “gewone” (limitatieve) kredieten;
    - fon : veranderlijke kredieten van de organieke fondsen;
    - tot : lim + fon.
  •  Kolom (11): CRIP
C: uitgaven bestemd voor de financiële dienst van geprefinancierde uitgaven;
R: uitgaven volledig beschouwd als wetenschappelijk onderzoek of als wetenschappelijk dienstbetoon;
I:  uitgaven volledig beschouwd als overheidsinvestering;
P: transfer (geheel of gedeeltelijk) naar een "parastataal";
  •  Kolom (12) : G = “gendercode”
- 0: niet meegedeelde informatie;
- 1: uitgaven die geen genderdimensie bevatten;
- 2: uitgaven met betrekking tot de acties om gelijkheid van mannen en vrouwen te verwezenlijken;
- 3: uitgaven die een genderdimensie bevatten.

Nummer basisallocatie

In kolom 2 van de tabel staan de nummers van de basisallocaties vermeld. Deze nummers worden gevormd op basis van de codes van bovenvermelde onderverdelingen.  
In ons voorbeeld wordt dit:

     Sectie (2 cijfers): 25: FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu
     Organisatieafdeling (2 cijfers): 51 : DG1 – Gezondheidszorgvoorzieningen
     Programma (1 cijfer):  0: Bestaansmiddelenprogramma
     Activiteit (1 cijfer): 2: Werkingskosten
     Basisallocatie (6 cijfers): 74.22.01: Investeringsuitgaven inzake de informatica 

    
De eerste vier cijfers van de basisallocatie geven een aanduiding van de economische aard van de verrichtingen ten laste van het betrokken krediet; deze maken een hergroepering van de staatsuitgaven mogelijk (de zgn. economische hergroepering):

     Het eerste cijfer geeft de economische aard van de verrichting weer:
     1 tot en met 4: lopende verrichtingen
     5 tot en met 8: kapitaalverrichtingen
     9: rijksschuld
     0: economisch niet verdeelde ontvangsten en uitgaven 

     Het tweede cijfer geeft aan of het om een ontvangst of om een uitgave gaat:
     1 tot en met 5: uitgaven
     6 tot en met 9: ontvangsten  

     Het derde en vierde cijfer geven de meer gedetailleerde economische aard weer.  

     Het vijfde en zesde cijfer geven de numerieke volgorde van de basisallocaties aan.


Kredietsoort

In kolom 3 "ks" wordt aangegeven of de kredieten "gewone" kredieten (limitatief) zijn dan wel variabele kredieten (fon).

De gewone (limitatieve) vastleggingskredieten
De begroting bevat vastleggingskredieten ten belope waarvan bedragen kunnen worden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten tijdens het begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, ten belope van de tijdens het begrotingsjaar opeisbare sommen. Onder recurrente verbintenissen behoort te worden verstaan verbintenissen zoals wedden, pensioenen, abonnementen of huurgelden, die gespreid over verschillende jaren gevolgen hebben en waarvan de aanrekening op het jaar waarin ze ontstaan, een last zou zijn die daarmee geen economische band heeft.

De gewone (limitatieve) vereffeningskredieten
De begroting bevat vereffeningskredieten ten belope waarvan tijdens het begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van de rechten vastgesteld in uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde verbintenissen.
De niet-FEDCOM departementen werken in de overgangsfase echter niet met de vereffening op grond van de vastgestelde rechten, maar met de ordonnancering ten laste van met ordonnanceringskredieten gelijkgestelde vereffeningskredieten.

De variabele vastleggings- en vereffeningskredieten
Kredieten van organieke begrotingsfondsen die variëren in functie van de geïnde toegewezen ontvangsten op de overeenkomstige posten van de middelenbegroting. Eventueel wordt met het beschikbare saldo van het vorige jaar rekening gehouden.

Specifieke krediettypes

Bijkredieten lopend jaar

Een in de loop van het begrotingsjaar door de Kamer goedgekeurd krediet om de initieel ingeschreven vastleggings- of vereffeningskredieten aan te passen (verhogen).

Aanvullende kredieten

Bijkomende kredieten die toegekend worden door de wet tot goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur (rekeningenwet) om vastgestelde kredietoverschrijdingen achteraf te regulariseren.

Provisionele kredieten

Kredieten die jaarlijks in de begroting worden ingeschreven (meestal bij de FOD Budget en Beheerscontrole) om voorzienbare bijkomende uitgaven te dekken, maar waarvan het precieze bedrag afhangt van onzekere evoluties en de juiste verdeling over de diverse departementen nog niet kan gebeuren (bvb. de stijging van het indexcijfer van de consumptieprijzen en de sociale programmatie). Op basis van een algemene wetsbepaling in de algemene uitgavenbegroting mogen deze kredieten dan in de loop van het jaar, met een koninklijk besluit en met het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften verdeeld worden over de betrokken departementen en programma’s.


Bedrag van het krediet

Vanuit de bekommernis om de evolutie van de kredietuitgaven te kunnen volgen, bevat de begrotingstabel naast de kredieten van het betrokken begrotingsjaar ook de cijfers van de twee voorafgaande begrotingsjaren. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen de vastleggingskredieten (kolommen 4 tot 6) en de vereffingskredieten (kolommen 7 tot 9).

Jaar X:
De kolom "initieel" (initiële begroting) omvat de eigenlijke kredieten, m.a.w. de gemachtigde uitgaven voor het betrokken begrotingsjaar, die het voorwerp zijn van de goedkeuring door de Kamer (voorbeeld: het vastleggingskrediet voor de basisallocatie 25/51.02.12.11.01 -  Aankoop van niet-duurzame roerende goederen en diensten – bedraagt  79 duizend EUR in de initiële begroting 2012).

Jaar X-1:
De kolom "aangepast" (aangepaste begroting) bevat ter informatie de aangepaste kredieten van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken begrotingsjaar. Ze zijn het resultaat van de jaarlijkse begrotingscontrole. Deze cijfers geven reeds een preciezer beeld van de uitgaven die voor een bepaald begrotingsjaar werden begroot.

Jaar X-2:
In de kolom "realisaties" worden ten slotte de uitgaven vermeld die daadwerkelijk zijn gerealiseerd in een bepaald begrotingsjaar. Deze cijfers vergemakkelijken de beoordeling en interpretatie van de cijfers voor de latere jaren.

|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten