Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Monitoring

Monitoring
27/02/2014 11:56

Principes

De begroting wordt uitgevoerd door de regering, die hierop een intern controlemechanisme heeft ingesteld, met name de administratieve en begrotingscontrole.

De administratieve en begrotingscontrole is een geheel van regels en procedures die de regering zichzelf en elk van haar leden oplegt bij de voorbereiding en uitvoering van de begroting om de vermijden dat budgettaire onregelmatigheden worden begaan (controle op de wettelijkheid) en om de openbare financiën in het algemeen te beheersen (controle op de conformiteit met het begrotingsbeleid en opportuniteitscontrole, namelijk een controle op de doelmatige en doeltreffende aanwending van de beschikbare middelen).

De interne controle betreft eveneens de aanwervingen bij het openbaar ambt, de wedden, de toelagen en de toegekende uitkeringen.

De a posteriori controle van de uitgaven is beperkter en is vooral gericht op de controle van het gebruik van de subsidies.

De interne begrotings- en administratieve controle wordt uitgeoefend door:

  •     de Controle van de Vastleggingen;
  •     de Inspectie van Financiën;
  •     de minister van Ambtenarenzaken;
  •     de minister van Begroting;
  •     de Ministerraad.

De externe controle wordt uitgevoerd door het parlement, dat hierbij wordt bijgestaan door het Rekenhof.


 

Controle van de Vastleggingen

Deze afdeling heeft als opdracht na te gaan of de uitgaven overeenkomstig de wet- en regelgeving gebeuren. De Controleurs van de vastleggingen voeren de boekhouding van de vastleggingen van de federale overheidsdiensten. Meer bepaald zien ze er op toe dat:
- de kredieten niet worden overschreden;
- de uitgaven correct worden aangerekend.
 
Deze dienst vervult ook de rol van adviseur voor de boekhouddiensten bij de voorbereiding en de opstelling van uitgavendossiers.
De controle van de vastleggingen werd ingesteld bij wet van 20 juli 1921 tot instelling van de betaalbaar gestelde kredieten waarvan de geldende bepalingen sinds 1963 opgenomen zijn in de wetten op de Rijkscomptabiliteit.
 
Deze controle werd nader geregeld met het KB van 31 mei 1966 houdende regeling van de controle op de vastleggingen in de diensten van algemeen bestuur van de Staat en verder in het MB van 8 juli 1966 houdende de interne regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven.
 
De controle op de vastleggingen maakt deel uit van de interne administratieve controle op de uitvoering van de begroting.
 
De opdracht van de controleur van de vastleggingen bestaat erin erop toe te zien dat de uitgaven juist worden aangerekend en dat de begrotingskredieten niet worden overschreden of overgeschreven. Om deze controle te verzekeren moeten alle vastleggingen en ordonnanceringen/vereffeningen aan zijn voorafgaand visum onderworpen worden. Om deze controle zo doeltreffend mogelijk te laten verlopen worden uitgaven onder een zeker drempelbedrag echter vrijgesteld van het voorafgaand visum.
 
De controleur moet ook het ritme van de vastleggingen en van de ordonnanceringen/vereffeningen van nabij opvolgen en elk abnormaal verbruiksritme aan de Minister van Begroting melden.
 
Afhankelijk van het bedrag , de aard van de uitgave en het tijdstip waarop de controleur tussenkomt, kunnen verschillende soorten visa onderscheiden worden.
 

 

Inspectie van Financiën 

De inspecteurs van Financiën hebben een algemene adviesbevoegdheid. Deze geldt voor alle inkomsten- of uitgavencategorieën en ook voor alle voorstellen die ter zake een financiële weerslag kunnen hebben. Ze voeren een driedubbele opdracht uit:
  • begrotings- en financieel adviseur van de minister bij wie ze geaccrediteerd zijn;
  • controleur namens en voor rekening van de Ministers van Begroting en Ambtenarenzaken;
  • zij zijn rechtstreeks bevoegd voor de controle op alle verrichtingen die de ordonnateurs hebben gepland, met uitzondering van verrichtingen van gering belang of van dien aard dat de vastlegging ervan de ordonnateur geen enkele discretionnaire marge geeft.
De adviserende bevoegdheid van de inspectie van Financiën
Eén van de belangrijke domeinen waarop de inspectie van Financiën haar adviserende rol uitoefent is de voorbereiding en opvolging van de departementale begrotingen. De begrotingsvoorbereiding moet immers de aard van een permanente activiteit krijgen die het ganse jaar door wordt uitgeoefend en waarbij de inspectie van Financiën nauw bij betrokken moet worden.
 
De adviesverstrekking in het raam van de adviserende bevoegdheid kan geschieden hetzij op initiatief van de inspecteur, hetzij op verzoek van de betrokken minister. Dergelijke adviezen mogen niet gelijkgesteld worden met deze die de inspecteut verleent over de verplicht voor te leggen aangelegenheden. Ze hebben daarom niet hetzelfde gevolg van uitsluiting dat eventueel de beroepsmogelijkheid bij de Minister van Begroting of Minister van Ambtenarenzaken in werking stelt.
 
De controlebevoegdheid in naam en voor rekening van de Ministerraad en van de Ministers van Begroting en van Ambtenarenzaken
De voorafgaande adviezen, met name deze over de ontwerpteksten en beslissingen die aan de Ministerraad en aan de Ministers van Begroting en van Ambtenarenzaken moeten worden voorgelegd, moeten worden aangezien als een controlebevoegdheid ten behoeve van deze instanties.
 
De rechtstreekse controlebevoegdheid van de inspectie van Financiën
De rechtstreekse controlebevoegdheid van de inspectie van Financiën kan worden aangezien als de belichaming van de controlebevoegdheid die zij bij delegatie uitoefent in naam van de Ministers van Begroting en van Ambtenarenzaken.
 
In het kader van deze controle zijn er een aantal aangelegenheden die de ministers verplicht voor voorafgaand advies moeten voorleggen:

 

  • De voorstellen die een financiële weerslag kunnen hebben;
  • De voorstellen betreffende de administratieve inrichting van de diensten;
  • De voorstellen met betrekking tot het verlenen van de Staatswaarborg.

Negatieve adviezen over zulke voorstellen zijn voor de betrokken minister bindend; hij kan echter wel in beroep gaan bij de Minister van Begroting, respectievelijk van Ambtenarenzaken. Deze laatsten beschikken over een termijn van 20 (kalender)dagen om zich uit te spreken, termijn die mits motivering met 10 dagen kan verlengd worden. Bij gebrek aan een uitspraak binnen die termijn(en) worden zij geacht akkoord te gaan met het voorstel. Deze beroepsmogelijkheid loopt eventueel verder tot op het niveau van de Ministerraad.

Aangelegenheden die NIET aan de inspectie van Financiën hoeven voorgelegd te worden
1° de personeelsuitgaven, voorzover het gaat om de toepassing van het bestaand geldelijk en administratief statuut en de loopbaan;

2° de zendingen in België en in het buitenland;

3° de overheidsopdrachten die bepaalde bedragen niet overschrijden:

  • 250.000 euro voor de openbare aanbesteding en algemene offerteaanvraag;
  • 125.000 euro voor de beperkte aanbesteding en beperkte offerteaanvraag;
  • 31.000 euro voor de onderhandse procedure en de onderhandelingsprocedure.

 

Het gaat hier om bedragen inclusief BTW en andere taksen;
 
 
5° andere organiek geregelde uitgaven, die de toekenningsvoorwaarden, het bedrag en de begunstigde ervan vaststellen (dus geen appreciatiemogelijkheid voor de minister of afgevaardigde ordonnateur).
 
 

Ministeriële controle

 
De Minister van Ambtenarenzaken
De Minister die het algemeen bestuur tot zijn bevoegdheid heeft moet zijn voorafgaand akkoord geven over de voorontwerpen van wet, de ontwerpen van koninklijk of ministerieel besluit met als voorwerp:

 

  • De goedkeuring van de personeelsplannen;
  • de vaststelling of de wijziging van het geldelijk statuut van het personeel en de weddeschalen;
  • de vaststelling of de wijziging van statutaire bepalingen voor het personeel.

 

 
De Minister van Begroting
De Minister van Begroting geeft zijn voorafgaand akkoord aan alle voorontwerpen van wet, de ontwerpen van koninklijk en ministerieel besluit, omzendbrieven en besluiten waarvoor geen of onvoldoende kredieten zijn of die direct of indirect de ontvangsten of de uitgaven kunnen beïnvloeden.  De Minister van Begroting is ook medeondertekenaar van elke bestuursakte waarmee tijdelijke of definitieve betrekkingen worden gecreëerd of waarmee reglementaire bepalingen met betrekking tot de wedden en de uitkeringen voor het personeel worden beoogd.
 
Hij licht de Ministerraad geregeld in over de uitvoering van de begroting.
 
Ministerraad
De Ministerraad is het belangrijkste orgaan inzake de opmaak en de uitvoering van de begroting.  De Ministerraad waakt over de uitvoering van de begrotingen van de FOD's en van de instellingen van openbaar nut.  De Ministerraad wordt regelmatig ingelicht door de Ministers van Financiën en Begroting.
 
De Ministerraad bepaalt de houding van de regering ten aanzien van de wetsvoorstellen en de amendementen van parlementairen waarvan de goedkeuring  een budgettaire impact kan hebben. In dringende gevallen kunnen de bevoegdheden van de Ministerraad worden uitgeoefend door de Minister van Begroting.
 
De Ministerraad is de laatste beroepsinstantie in het geval van een negatief advies van de Inspecteur van Financiën, of van een akkoordweigering door de Ministers van Begroting of van Ambtenarenzaken.
 
  

Externe controle: de rol van het Rekenhof

Het Rekenhof is een orgaan van de wetgevende macht dat voor rekening van de parlementaire assemblees en de provincieraden controle uitoefent op de ontvangsten en de uitgaven van de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten, de provincies en de openbare instellingen.  De leden van het Hof worden door de Kamer voor een periode van zes jaar benoemd.
 
De opdracht van het Rekenhof is drieledig:
  • het controleert de werkelijkheid, 
  • de wettigheid 
  • en de regelmatigheid van de overheidsuitgaven.  
Meestal gebeurt deze controle achteraf.  In principe moeten alle uitgaven aan het voorafgaand visum worden onderworpen waardoor het Hof erover waakt dat er geen overschrijdingen of overschrijvingen plaatsvinden.  Heel wat uitgaven zijn, om de betalingsprocedure te bespoedigen, evenwel vrijgesteld van dat voorafgaand visum en worden dus achteraf gecontroleerd, zoals bijvoorbeeld vaste uitgaven (wedden, lonen, vergoedingen, abonnementen, kantoor- en huurkosten,pensioenen, enz.) en de kleine uitgaven van de staatsdiensten. Als belangrijkste uitgavengroepen die wel aan het voorafgaand visum zijn onderworpen kunnen worden vermeld: toelagen, contracten en overeenkomsten voor werken, leveringen van goederen en diensten aan de Staat en besluiten tot toekenning van pensioenen ten laste van de overheidssector.
 
Het is evenwel zo dat vanaf de inwerkingtreding van de wet van 22 mei 2003 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 tot oprichting van het Rekenhof, het voorafgaand visum wordt afgeschaft.
 
Die afschaffing is dus reeds vanaf 1 januari 2009 van kracht bij de vier horizontale FOD’s:
  • Kanselarij van de Eerste Minister, 
  • Budget en Beheerscontrole, 
  • Personeel en Organisatie 
  • en FEDICT
en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarvoor die nieuwe regelgeving reeds geldt.
 
Het Rekenhof gaat na of alle ontvangsten voor rekening van de Staat op een correcte wijze worden ingevorderd en in de Schatkist gestort.
 
Het controleert achteraf de goede besteding van de begrotingsmiddelen en vergewist zich ervan of de beginselen van zuinigheid (economy), doelmatigheid (efficiency) en doeltreffendheid (effectiveness) in acht werden genomen.  Het Hof spreekt zich echter niet uit over de politieke opportuniteit van de ontvangsten of van de uitgaven.
 
Ten behoeve van de leden van de Kamer verstrekt het Hof informatie over de uitvoering van de begroting via:
  • zijn boek met opmerkingen, dat jaarlijks in een subcommissie van commissie Financiën en begroting wordt besproken;
  • zijn bijzondere mededelingen, zoals verslagen en analyses over welbepaalde ontvangsten en uitgaven;
  • zijn commentaar en opmerkingen bij de ontwerpen van de Algemene uitgavenbegroting, Middelenbegroting en Algemene Toelichting;
  • zijn eventuele opmerkingen over beslissingen van de Ministerraad tot het machtigen van nieuwe of bijkomende uitgaven.
|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten