Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Synthesetabellen

Synthesetabellen
2/12/2016 14:11
​Deze afdeling bevat een synthese van de ontvangsten en de uitgaven van de federale overheid voor de oorspronkelijke begroting 2017.
 

1. De Middelen

Het begrip Middelen bevat de ontvangsten die de federale overheid kan aanwenden voor de financiering van haar uitgaven. Het gaat dus om de totale ontvangsten, na aftrek van de aan andere overheden (Europese Unie, sociale zekerheid, Gewesten en Gemeenschappen) overgedragen ontvangsten en andere toewijzingen.
Voor de initiële begroting 2017 bedraagt het totaal van de lopende en de kapitaalontvangsten             54 476,0  miljoen EUR. Als we daar de opbrengst uit leningen en de terugbetaling van effecten aan toevoegen, bedraagt het algemeen totaal van de Middelenbegroting 102 581,2 miljoen EUR.
 
 

2. De uitgaven

Tabel 2 bevat de vereffeningskredieten die zijn voorzien in de initiële begroting 2017. Zonder de aflossingen van de overheidsschuld en zonder het krediet dat bestemd is voor de financiering van de Europese Unie, bedraagt het totaal van de lopende en kapitaaluitgaven voor de initiële begroting 2017, 61 437,9 miljoen EUR. Voegt men daarbij de herfinanciering van de overheidsschuld, namelijk de aflossingen en terugbetalingen van de overheidsschuld, alsook de aankoop van effecten voor inbezithouding, dan bedraagt het algemeen totaal van de uitgaven 104 833,5 miljoen EUR.
 
Synthesetabel 2 bevat de vereffeningskredieten en synthesetabel 3 bevat de vastleggingskredieten voor de primaire uitgaven.

tabel2.pdfSynthesetabel 2
 

3. Het netto te financieren saldo

Het netto te financieren saldo is gelijk aan de som van het begrotingssaldo in kasoptiek en het saldo van de schatkistverrichtingen. Het bepaalt in grote mate de evolutie van de schuld uitgegeven of overgenomen door de federale overheid. In de praktijk zijn er echter enkele elementen die het verschil tussen het netto te financieren saldo en de schuldvariatie verklaren. Het betreft met name de ontwikkeling van de beleggingen, de wisselkoersverschillen, alsook een aantal andere specifieke verrichtingen zoals schuldovernames.
 
Het begrotingssaldo vertaalt de uitvoering van de Middelenbegroting en de Algemene Uitgaven-begroting: het saldo is gelijk aan het totaal van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten van de Middelenbegroting min het totaal van de uitgaven inclusief de interestlasten. Aan de uitgavenzijde wordt geen rekening gehouden met de aflossingen en terugbetaling van de schuld noch met de aankoop van effecten. Aan de ontvangstenzijde wordt er geen rekening gehouden met de terugbetaling van de effecten in portefeuille. De aankoop van effecten voor inbezithouding en de terugbetaling van effecten in portefeuille worden opgenomen in de beheersverrichtingen van de schuld, en hebben aldus een invloed op de schuld, maar niet op het netto te financieren saldo.
 
Naast deze begrotingsverrichtingen in enge zin, verlopen andere uitgaven en ontvangsten via de Schatkist; ze worden als dusdanig buiten begroting geregistreerd. Deze zogenaamde schatkist-verrichtingen betreffen derdengelden, kasverrichtingen, uitgifte- en delgingsverschillen.
 
Behalve de schatkistverrichtingen is er ook een correctie toegepast om van het begrip ‘vereffeningskredieten’ naar het begrip ‘kas’ te gaan. Er moet rekening worden gehouden met de wet van 22 mei 2003 tot organisatie van de begroting en de boekhouding van de Federale Staat die bepaalt dat de vereffeningskredieten moeten worden gebaseerd op de vastgestelde rechten.
 
Een eerste correctie opgenomen in tabel 4 betreft de begroting van de Schuld teneinde rekening te houden met het verschil tussen de vereffeningenskredieten van de begroting van de Schuld en de betalingsramingen. Dit verschil slaat onder andere op de rentelasten ingeschreven in de begroting van de overheidsschuld op basis van de vastgestelde rechten (gelopen rente) en niet op kasbasis (rente verschildigd op de vervaltermijnen) alsook geprorateerde uitgiftepremies als interest inbegrepen in de vereffeningskredieten, maar die geen invloed hebben op de kas.
 
 
 
Om zo dicht mogelijk het begrip ‘kas’ te benaderen, is rekening gehouden met de vermoedelijke onderbenutting van de primaire uitgaven voorzien in de begroting. Het krediet bestemd voor de bijdrage van België aan het IMF wordt niet in aanmerking genomen voor de raming van het netto te financieren saldo aangezien deze betaald wordt door de NBB en niet door de Schatkist.
 
De raming van het netto te financieren saldo wordt bekomen door bij het begrotingsaldo het saldo van de schatkistverrichtingen en de correctie van het concept ‘kas’ toe te voegen.
 
Wanneer we tenslotte aan het netto te financieren saldo de contractuele aflossingen en terugbetalingen van de openbare schuld, min de effecten in de portefeuille op vervaldag toevoegen en dat men rekening houdt met de aankoop van effecten voor inbezithouding door de Staat, krijgen we het bruto te financieren saldo. Het bruto te financieren saldo is het totale bedrag dat de Staat moet lenen tijdens het beschouwde begrotingsjaar als zij al haar uitgaven, aflossingen en terugbetalingen van geconsolideerde leningen inbegrepen, wil dekken.
 
Het netto te financieren saldo verschilt van het vorderingensaldo. De belangrijkste verschillen bestaan in het al dan niet in aanmerking nemen van bepaalde aggregaten. Het vorderingensaldo wordt opgemaakt in termen van vastgesteld rechten en in tegenstelling tot het netto te financieren saldo bevat het niet de kredietverleningen en deelnemingen, maar houdt het wel rekening met debudgetteringen en de verrichtingen van de met de federale overheid te consolideren instellingen.
De tabel 4 vergelijkt het netto te financieren saldo voor de initiële begroting 2017 en de aangepaste begroting 2016.

tabel4.pdfSynthesetabel 4
 
|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten