Skip Ribbon Commands
Skip to main content
Sign In
 
 
NL
:

Zilverfonds

Zilverfonds
2/12/2016 12:56
Geconfronteerd met de uitdaging van de vergrijzing van de bevolking en dus met stijgende uitgaven op het vlak van pensioenen en gezondheidszorg wou de regering reeds in 2001 een duidelijk verband leggen tussen de begrotingsinspanningen en de financiering van de toekomstige pensioenlasten, om de last ervan niet af te schuiven op toekomstige generaties.
Zo werd de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds, aangenomen.
Deze wet bevat twee onderdelen. Het eerste omvat bepalingen in verband met de financiering en de werking van het Zilverfonds, het tweede een aantal bepalingen inzake de voorbereiding van het regeringsbeleid inzake vergrijzing.
 
 
 

De werking van het Zilverfonds

In het Zilverfonds worden middelen gekapitaliseerd om tegen 2030 de stijging van de pensioenuitgaven te financieren.
De financieringsbronnen van het Zilverfonds zijn:
  • begrotingsoverschotten;
  • overschotten van de sociale zekerheid;
  • niet-fiscale ontvangsten;
  • de opbrengsten uit beleggingen van het Zilverfonds.
 
De middelen van het Zilverfonds worden belegd in obligaties die daartoe specifiek werden opgericht en “schatkistbons – zilverfonds” worden genoemd en op vraag van het Fonds worden uitgegeven. Deze schatkistbons leveren interesten op, zijn niet verhandelbaar en ze zijn van het type nulcoupon.  Het Zilverfonds kan aldus beschouwd worden als een vorm van collectieve kapitalisatie in het pensioenstelsel.
In de loop van de eerste jaren van zijn bestaan, werd het Zilverfonds hoofdzakelijk gestijfd met niet-fiscale ontvangsten. Om het verband tussen het begrotingsbeleid en de financiering van het Zilverfonds te versterken, besloot de regering de wet op de financiering van het Zilverfonds aan te passen. Dit resulteerde in de wet tot wijziging van de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds.
 
Er werden dan ook nieuwe financieringsregels opgesteld. De uitdaging op korte termijn bestond er immers in het evenwicht een permanent structureel karakter te geven om aldus vanaf 2007 structurele overschotten op te bouwen. Deze moesten leiden tot een snelle afbouw van de schuld en op die manier ruimte creëren om de budgettaire gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Vanaf 2007 zou de financiering door niet-fiscale ontvangsten dus plaats maken voor een structurele financiering. Vanaf dat zelfde jaar 2007 zou daarom 0,3 % van het BBP aan het Zilverfonds worden toegewezen. Dit bedrag zou van 2008 tot 2012 jaarlijks met 0,2% van het BBP worden verhoogd. Hoeveel er in de begrotingsjaren nadien zou worden gestort in het Fonds, wordt bepaald door de Koning bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De herziene wet bepaalde ook dat de financiering afkomstig van schuldverminderende operaties die geen invloed hebben op het vorderingensaldo, beperkt blijft tot 250 miljoen euro per jaar tot in 2010 en 500 miljoen euro per jaar voor de daaropvolgende jaren. Van deze mogelijkheid werd in de periode 2007- 2010 evenwel geen gebruik gemaakt.
 
 
 

De opmaak van de Zilvernota

De Zilvernota is bedoeld om het regeringsbeleid inzake vergrijzing van de bevolking uiteen te zetten. De wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds bepaalt drie stappen in de opmaakprocedure voor de Zilvernota:
 
  • Jaarlijks stelt de bij voornoemde wet opgerichte Studiecommissie voor de Vergrijzing een verslag op, met daarin onder meer een analyse van de budgettaire en sociale gevolgen van de vergrijzing.

    07 2015 cev 2015 NL.pdfJaarverslag Studiecommissie voor de vergrijzing - juli 2015.pdf

  • De afdeling Financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën (een adviesorgaan dat jaarlijks een advies uitbrengt over het begrotingsbeleid)  formuleert haar aanbevelingen en houdt daarbij rekening met het verslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing.

    Verslag van de Hoge Raad van Financiën


  • De regering is vervolgens verplicht om een Zilvernota op te stellen op basis van de conclusies van de Studiecommissie voor de vergrijzing en de Afdeling financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën. In die nota, die is opgenomen in de Algemene Toelichting bij de begroting, zet de regering haar beleidslijnen uiteen voor het beheer van de problematiek van de vergrijzing van de bevolking.

    Zilvernota ini2017.pdfZilvernota

 

De reserves van het Zilverfonds

Met de toekenning aan het Zilverfonds van het begrotingssurplus 2006 voor een bedrag van 176 miljoen euro werd voor het eerst de inkomstenbron van de begrotingssaldi aangesneden. Door het ontbreken van een begrotingssurplus vanaf 2007 werden voor 2007, 2008 en 2009 geen middelen aan het Fonds meer toegekend.

 
De aangepaste Zilverfonds-wet voorzag dat in 2010 principieel een bedrag aan het Zilverfonds zou toegewezen worden gelijk aan 0,9 procent van het bruto binnenlands product. Wegens het ontbreken van een begrotingsoverschot in 2010 kon het Zilverfonds evenwel niet verder gealimenteerd worden. Er werd in 2010 evenmin overgegaan tot de affectatie aan het Fonds van niet-fiscale ontvangsten.

 

De beleggingen van het Zilverfonds

Portefeuille van het Zilverfonds

|  Jobs  |  Contact  |  Privacy  | ©  2017  Belgische Federale Overheidsdiensten