BELANG De
Rijksbegroting bestaat uit de Middelenbegroting, de Algemene
Uitgavenbegroting
en de Algemene Toelichting, een informatieve tekst waarin het verband
wordt
gelegd tussen de inkomsten en de uitgaven. Hoewel dit document niet
dient te worden
goedgekeurd mag het belang ervan niet worden onderschat: het vormt een
belangrijke bron van informatie over de overheidsfinanciën. De
algemene
toelichting ondersteunt de algemene bespreking van de begrotingen door
ze
binnen de brede context van de nationale economie te schetsen. Zij is
een
onontbeerlijk element voor een doeltreffend onderzoek en controle
vanwege het
Parlement.
WETTELIJKE GRONDSLAG Artikelen
45 en 46 van de wet houdende organisatie van de begroting en van de
comptabiliteit van de federale Staat :
Artikel 45 - “De ontwerpen van de
middelenbegroting en
vanalgemene
uitgavenbegroting worden,
samen met een algemene toelichting bij die ontwerpen, ingediend bij de
Kamer
van volksvertegenwoordigers uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat het begrotingsjaar
voorafgaat.”
Artikel 46 - “De algemene toelichting bij de
begroting bevat
inzonderheid:
1° de ontleding en de synthese van de begrotingen;
2° een economisch verslag;
3° een financieel verslag;
4° een meerjarenraming;
5° een Zilvernota , waarin de regering haar beleid met
betrekking tot de
vergrijzing uiteenzet.”
INHOUD Als
toelichting bij de algemene begrotingstabel bevat de algemene
toelichting drie
grote delen, met telkens bijlagen:
a) De “Algemene
begrotingstabel” vormt
de ramingstaat van de ontvangsten en de uitgaven van de Staat. Hij is
zodanig opgebouwd dat de saldi van de begrotingsverrichtingen, van de
schatkistverrichtingen en van aflossing van de overheidsschuld naar
voren komen.
b) Eerste deel: de synthese van
de begroting Het
eerste deel van de algemene toelichting geeft een samenvatting van de
geraamde
ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar (vermoedelijke
ontvangsten en
uitgaven) en voor het jaar waar de begroting betrekking op heeft
(initiële
ontvangsten en uitgaven), alsook de verwezenlijkingen van het vorige
jaar.
c) Tweede deel: economisch,
sociaal en financieel verslag Dit
verslag wordt gewoonlijk het economisch verslag genoemd. In het eerste
hoofdstuk wordt de internationale economische context geschetst, in het
tweede
de economische ontwikkelingen in België en in het derde
hoofdstuk de grote
lijnen van het regeringsbeleid, zowel het werkgelegenheidsbeleid als
het
sociaal en financieel beleid, het begrotingsbeleid en het beleid m.b.t.
de
vergrijzingsproblematiek, dit laatste wordt besproken in de
“Zilvernota”.
d) Derde deel: het
begrotingsverslag Het
begrotingsverslag beschrijft de parameters en de methodes die in
aanmerking
werden genomen om de ontvangsten en de uitgaven van de federale
overheid te
evalueren, met inbegrip van een meerjarenraming van de primaire
uitgaven
(eerste hoofdstuk). Daarnaast komen ook de programma's met
betrekking tot
personeel, ICT (informatie- en communicatietechnologie),
overheidsinvesteringenen
ontwikkelingssamenwerking (zie de "Solidariteitsnota") aan bod.
Een afzonderlijk hoofdstuk behandelt de budgettaire en
financiële toestand van
de sociale beschermingstelsels. Een volgend hoofdstuk is gewijd aan de
weerslag
op de begroting van de relaties tussen de federale overheid en andere
nationale
en internationale entiteiten. Het gaat om de ontvangsten die de
overheid
overdraagt en de dotaties die de federale overheid toekent teneinde bij
te
dragen in de financiering van de gemeenschappen en gewesten, de
plaatselijke
besturen, de sociale zekerheid, de Europese Unie, het IMF, enz. Het
laatste
hoofdstuk is gewijd aan de financiering en aan de schuld van de
federale
overheid.
e) De bijlagen bevatten
onder meer:
een
overzicht van de evolutie van de fiscale wetgeving;