WETTELIJKE GRONDSLAG Artikelen
45 en 47 van de wet houdende organisatie van de begroting en van de
comptabiliteit van de federale Staat :
Artikel45
– "De ontwerpen van de middelenbegrotingen
en vanalgemene
uitgavenbegroting, samen
met een algemene toelichting bij die ontwerpen, ingediend bij de Kamer
van
volksvertegenwoordigers uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat het
begrotingsjaar
vooraf gaat”.
Artikel 47 – “De middelenbegroting verleent
machtiging voor
de invordering van de belasting, overeenkomstig de wetten, besluiten en
tarieven die er betrekking op hebben Ze bevat de raming van de
ontvangsten van het
algemeen bestuur en verleent machtiging, binnen de grenzen en onder de
voorwaarden die ze bepaalt, tot het aangaan van leningen.
Bij
het ontwerp van middelenbegroting wordt een inventaris van alle fiscale
uitgaven gevoegd.
De
fiscale uitgaven omvatten alle aftrekken, verminderingen en
uitzonderingen op
het algemeen stelsel van belastingheffing, die gedurende het
begrotingsjaar
gelden ten voordele van belastingsplichten of van economische sociale
of
culturele activiteiten. De middelenbegroting wordt uiterlijk op 31
december van
het begrotingsjaar voorafgaat door de Kamer van volksvertegenwoordigers
goedgekeurd.” INHOUD
- De Middelenbegroting bevat de raming van alle
ontvangsten ten gunste van de Staat die in het begrotingsjaar dienen te gebeuren.
Deze
ontvangsten worden gegroepeerd in lopende ontvangsten (fiscale en
niet-fiscale)
en in kapitaalontvangsten, opgedeeld per inningsbestuur en
onderverdeeld per
artikel volgens de economische classificatie van de
begrotingsverrichtingen. De
ontvangstenvooruitzichten in de begroting zijn loutere schattingen en
zijn, in
tegenstelling tot de uitgavenkredieten, niet limitatief.
In de tabel als bijlage bij de begrotingswet worden enkel de
ontvangsten
opgenomen die ten goede komen van de Middelenbegroting, zonder de
ontvangsten
geïnd door de Staat die:
worden overgedragen aan de EU,
worden doorgestort aan de gemeenschappen en
gewesten, met name hun aandeel in de ontvangsten uit de BTW en
personenbelasting,
rechtstreeks toekomen aan de gewesten als eigen
middelen (gewestbelastingen),
die worden toegekend aan de
“alternatieve” financiering van de sociale
zekerheid.
- De Middelenbegroting geeft machtiging tot de
inning
van de belastingen voor het begrotingsjaar. Zij bevat steeds een bepaling die voorziet in
de hernieuwing, voor het komende jaar, van de belastingen die bestaan
op 31
december van het vorige jaar. Deze verlenging is onontbeerlijk.
Overeenkomstig
artikel 171 van de Grondwet mag elke belasting ten gunste van de Staat,
de
gemeenschap of het gewest slechts gedurende één
jaar worden geheven. De
belastingen moeten dus jaarlijks worden hernieuwd. De machtiging tot
het innen
van belasting is een machtigingsakte die de ambtenaren opdracht geeft
over te
gaan tot de invordering van de bestaande belastingen. Dit verplichtend
karakter
vloeit voort uit de tarieven bepaald bij de wetten en besluiten
terzake, die
met betrekking tot de inning geen manoeuvreerruimte laten, tenzij voor
vrijstellingen bij wet. Zo wordt ervoor gezorgd dat de
belastingplichtigen
fiscaal gelijk behandeld worden.
Er is echter geen enkele voorafgaande machtiging vereist om
niet-fiscale
ontvangsten (andere dan leningen) te innen. Niet-fiscale ontvangsten
zijn
ontvangsten waar iets tegenover staat, bijvoorbeeld retributies of
ontvangsten
uit transacties (verkoop, verhuur, enz.).
- De Middelenbegroting geeft de regering, binnen
de
limieten en onder de voorwaarden bepaald door de Wetgever, machtiging
een
beroep te doen op leningen om het begrotingstekort aan te vullen.
- De
Middelenbegroting levert een inventaris van de fiscale uitgaven. De
Hoge Raad van Financiën omschrijft het begrip fiscale uitgave
als: “Een
minderontvangst wegens fiscale tegemoetkomingen voortvloeiend uit een
afwijking
van het algemeen stelsel van een gegeven belasting ten voordele van
zekere
belastingplichtigen of van zekere economische, sociale, culturele,
…
activiteiten en die kan worden vervangen door een rechtstreekse
betoelaging.” In
de verantwoording van de algemene uitgavenbegroting dient verduidelijkt
te
worden “in welke mate fiscale uitgaven bijdragen tot het
bereiken van de
doelstellingen van elk programma.” (artikel 50 van de wet
houdende organisatie
van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat) - De Middelenbegroting bepaalt de bedragen van de
gewestbelastingen en van de afgestane en toegewezen belastingen
toegekend aan
de gemeenschappen en de gewesten. Hoewel deze belastingen geen deel uitmaken van
de
ontvangsten waarover de federale overheid kan beschikken om zijn
uitgaven te
dekken, dient de Middelenbegroting toch jaarlijks de opbrengst te
bepalen van
de gewestbelastingen die overeenkomstig artikel 53 van de
financieringswet van
16 januari 1989 toekomt aan de gewesten, alsook de opbrengst van de
personenbelasting en van de BTW die wordt toegewezen aan de gewesten
(personenbelasting) en aan de gemeenschappen (personenbelasting en
BTW). Over
de bedragen die in het wetsontwerp houdende de Middelenbegroting
voorkomen
wordt vooraf overlegd tussen de federale overheid en de regeringen van
de
gemeenschappen en de gewesten.
STRUCTUUR
De Middelenbegroting wordt voorgesteld in de vorm van een wet en
bestaat uit vier
delen:
Het eerste deel bevat
het eigenlijke
wetsontwerp
(de tekst van de wet + de wetstabel). Dit moet worden goedgekeurd door
de Kamer van volksvertegenwoordigers, waarna de begrotingswet wordt
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De
wetstabel is gemaakt volgens de economische classificatie van de
begrotingsverrichtingen. Hij wordt toegevoegd aan de wettekst en ter
goedkeuring voorgelegd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. De
geraamde ontvangsten zijn verdeeld over:
titels (titel I: lopende ontvangsten; titel II:
kapitaalontvangsten; titel III: opbrengst van leningen);
hoofdstukken: de
fiscale ontvangsten worden gegroepeerd per bestuur belast met de inning
ervan, terwijl de niet-fiscale ontvangsten gegroepeerd worden
naargelang de FOD of het departement die de bron vormt van de inning;
per begrotingsartikel volgens de economische
classificatie van de ontvangsten.
Het
tweede deel
levert, ter informatie, de overzichtstabellen
die het mogelijk maken de vermoedelijke (= herraamde) ontvangsten van
het lopende jaar en de (oorspronkelijke) ramingen van de ontvangsten
van het volgende jaar te vergelijken met de ontvangsten verwezenlijkt
in de loop van de vorige vijf jaren.
Het derde en vierde deel
zijn gewijd aan de verantwoordingsnota’s ter ondersteuning
van:
het
dispositief van de wet: met name de gedetailleerde berekening en de
omstandige verantwoording van de financiële middelen toegekend
aan
de gewesten en de gemeenschappen;