- De begroting is een formele wet. De begroting neemt de
vorm aan van een wet. Zij wordt in de praktijk aan dezelfde
parlementaire
procedure onderworpen als een gewone wet. Toch is zij geen echte
materiële wet:
zij bevat immers geen permanente normatieve bepalingen waaruit rechten
en
verplichtingen ontstaan voor juridische personen en is van nature
slechts
geldig voor een jaar. Aangezien de ontwerpbegrotingswetten
geen
reglementair karakter hebben worden ze niet ter advies voorgelegd aan
de
afdeling wetgeving van de Raad van State.
- De begroting is een essentieel beleids- en
beheersinstrument. Zij is de financiële vertaling van wat
de
regering zich voorneemt te verwezenlijken op elk van haar
bevoegdheidsgebieden.
Het komt de regering, bijgestaan door haar bestuursapparaat, toe de
begroting
voor te bereiden en uit te voeren en rekenschap af te leggen tegenover
de
wetgevende macht. Door de begroting aan te nemen geeft het Parlement de
regering machtiging om belastingen te heffen en, dankzij de aldus
bekomen
financiële middelen, het beleid te voeren dat ze heeft
vastgelegd in haar
regeerverklaring. Wanneer het Parlement weigert de begroting goed te
keuren
heeft dit dan ook ernstige gevolgen voor het functioneren van de
regering.
- De begroting somt de verschillende bronnen van de staatsontvangsten
op en
de bedragen die voor elk ervan geraamd worden. Zij heft de opschortende
voorwaarde op inzake belastingontvangsten en geeft overigens de
regering
uitdrukkelijk het bevel de belastingen te heffen. Ze geeft haar
bovendien
machtiging om een beroep te doen op leningen.
- De begroting voorziet in de uitgaven die de
regering gemachtigd is te verrichten met eerbiediging van de regel van
de
specialiteit. Dit houdt in dat de kredieten niet kunnen
worden
aangewend voor een ander programma dan datgene waaraan ze zijn
toegekend
(kwalitatief aspect) en dat de goedgekeurde bedragen niet mogen worden
overschreden (kwantitatief aspect). Hierbij dient onmiddellijk vermeld
te
worden dat de goedkeuring van een krediet de overheid niet verplicht de
uitgave
in kwestie te verrichten, terwijl sommige uitgaven dan weer dwingend
zijn,
bijvoorbeeld omdat ze voortvloeien uit organieke wetten.
- De begroting is een eenheid; een enkelvoudige eenheid als
er één enkele
wet is, een samengestelde eenheid als het gaat om een geheel van
wetten. De
begroting maakt het mogelijk de ontvangsten en uitgaven in hun geheel
met
elkaar te vergelijken, net als dekredieten bestemd voor de diverse
beleidsdomeinen. Ze vormt dus een vergelijkende lijst waardoor het
mogelijk is
te oordelen zowel over het evenwicht van de overheidsfinanciën
als over de
kwaliteit van de staatsuitgaven.
- De begroting is onderworpen aan het beginsel van de
universaliteit. Krachtens
dit beginsel moeten alle ontvangsten en uitgaven opgenomen worden in de
begrotingswet.
- De begroting is jaarlijks. De inhoud van
“jaarlijks” is tweeledig: zij
wordt elk jaar goedgekeurd en is slechts gedurende een jaar van
kracht.