Bij
de totstandkoming van de begroting treedt in de eerste plaats de
regering op,
die het ontwerp van de begroting moet opstellen en vervolgens de Kamer
van
volksvertegenwoordigers, die het ontwerp dient te behandelen en goed te
keuren.
Het
leeuwendeel van de technische begrotingsvoorbereiding gebeurt onder
toezicht en
impuls van de minister van Begroting, daarin bijgestaan door de FOD
Budget en
Beheerscontrole en de Inspectie van Financiën.
Hierna volgt een kort chronologisch overzicht:
April:De
minister van Begroting stelt een omzendbrief op waarin
uitgelegd wordt op
basis van welke technische parameters en principes de begroting
opgemaakt moet
worden.
Mei:
Aan de hand van de richtlijnen in deze omzendbrief stelt elke
minister met zijn administratie een voorafbeelding van de begroting van
zijn
FOD/departement op. Die voorstellen worden voor advies voorgelegd aan
de
Inspecteur van Financiën die als budgettair en financieel
adviseur van de
minister bij het betrokken departement geaccrediteerd is en een verslag
opmaakt
voor de minister van Begroting.
Juni:Bilaterale
vergaderingen (discussie tussen de FOD/departementen en de minister van
Begroting).
September:Postbilaterale
vergaderingen op beleidscellen over de bilaterale knelpunten inzake
primaire
uitgaven. Verzamelen en evalueren van de ramingen van de
fiscale
ontvangsten, de interestlasten, de ontvangsten en uitgaven van de
stelsels van
sociale zekerheid,…
Oktober:Afronding
politieke discussie en goedkeuring van de definitieve cijfers door de
Ministerraad (begrotingsconclaaf), daarna moeten de documenten bij de
Kamer van
volksvertegenwoordigers worden ingediend, dit uiterlijk op 31 oktober
van het
jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat.
November –december:De
voorstellen worden eerst in de Kamercommissies Begroting en
Financiën besproken
en daarna in de openbare vergadering. Het Rekenhof treedt hierbij op
als
begrotingsspecialist van de Kamer. De goedkeuring van de begroting is
een
grondwettelijk prerogatief van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Uiterlijk
op 31 december voorafgaand aan het begrotingsjaar moet de begroting
goedgekeurd
zijn.