De
tweede fase van de begrotingscyclus is de uitvoering van de begroting
door de
regering. De uitvoering bestaat enerzijds uit de inning van de
ontvangsten
bepaald in de Middelenbegroting en anderzijds uit het verrichten van de
uitgaven
waarvoor de Kamer van volksvertegenwoordigers machtiging verleent door
het
goedkeuren van de Algemene Uitgavenbegroting.
In
de loop van het begrotingsjaar kunnen wijzigingen worden aangebracht.
Zo wordt
in februari de begroting volledig onderzocht en eventueel aangepast
(begrotingscontrole).
Na
de begrotingscontrole wordt het aanpassingsblad bij de begroting
goedgekeurd
door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Indien nodig worden in de
loop van
het jaar (meestal in het najaar) nog een aantal specifieke aanpassingen
doorgevoerd, die eveneens moeten worden goedgekeurd door de Kamer van
volksvertegenwoordigers.
Ontvangsten
De
ambtenaren die gemachtigd zijn om staatsgelden te innen worden
rekenplichtigen
der ontvangsten genoemd. Elke ontvangst gebeurt voor rekening van de
FOD
Financiën, die het bedrag ervan centraliseert in de boeken en
de comptabiliteit
van de Thesaurie.
In tegenstelling tot de uitgavenkredieten die,
met
uitzondering van de variabele
kredieten, een limiet bepalen waarboven geen uitgaven gedaan mogen
worden,
hebben de bedragen in de Middelenbegroting geen plafonds.
Het
grootste deel van de Staatsontvangsten vloeit voort uit belastingen en
is dus
van fiscale aard.
De overige ontvangsten, m.a.w. de niet-fiscale
ontvangsten,
resulteren niet uit verplichte heffingen; het gaat voornamelijk om
inkomsten
uit staatseigendommen, zoals interesten, huurgelden, winsten,
bijdragen,
verkopen van goederen… Uitgaven
Door
middel van de begroting stelt de Kamer van volksvertegenwoordigers
jaarlijks
kredieten ter beschikking van de uitvoerende macht om uitgaven mogelijk
te
maken.
In
het verloop van de uitgaven worden volgende fasen
onderscheiden:
de vastlegging;
de vereffening;
de ordonnancering;
en de betaling.
De
fasen van een uitgave in detail
1. De vastlegging
- a: boekhoudkundige vastlegging: Indien
een ordonnateur overweegt uitgaven te doen, maakt hij dit kenbaar aan
de dienst
boekhouding, die op zijn beurt aan de controleur van de vastleggingen
vraagt
een begrotingskrediet te reserveren ten belope van het bedrag nodig
voor de
aanzuivering van deze uitgaven.
Deze boekhoudkundige vastlegging wordt door de controleur van de
vastleggingen
in de centrale gegevensbank van de administratie vande
Thesaurie ingevoerd. Dit
is bedoeld om de beschikbaarheid
van de kredieten na te gaan teneinde overschrijdingen te voorkomen en
de juiste
aanrekening (correcte basisallocatie) na te gaan. Het
informaticasysteem is
zodanig opgevat dat de invoering van gegevens die een
kredietoverschrijding met
zich brengen,automatisch
wordt
geweigerd.
De boekhoudkundige vastlegging gaat steeds vooraf aan de juridische
vastlegging. Immers, mocht een primaire (zijnde de minister) of
secundaire
ordonnateur een verbintenis aangegaan zonder dat daar voldoende krediet
voor
beschikbaar is, dan zou de derde partij en medecontractant zijn
schuldvordering
kunnen laten erkennen en laten uitvoeren voor de burgerlijke
rechtbanken. Dit
zou de regering verplichten kredieten uit te trekken om de schuld aan
te
zuiveren.
- b: de juridische vastlegging:Dit
is elke handeling waarbij ten laste van de Staat een verbintenis
ontstaat tot
het verrichten van een uitgave. Het een verbintenis aangegaan door een
minister
(primaire ordonnateur) of afgevaardigde (secundaire ordonnateur:
administratie).
Het is dus de akte waardoor de Staat
schuldenaar wordt. Daarbij ontstaan rechten en verplichtingen ten laste
van de begroting.
2. De vereffening
De
vereffening van een uitgave gebeurt op het moment van aanrekening van
het
vastgesteld recht ten laste van het vereffeningskrediet. De enige
wettelijke
voorwaarde voor de vereffening is dat de beschikbaarheid van het
krediet wordt
nagegaan. Ze omhelst evenwel ook een onderzoek van de regulariteit in
het kader
waarvan wordt nagegaan of alle elementen aanwezig zijn opdat het recht
kan
worden vastgesteld, of het wel degelijk om een begrotingsverrichting
gaat, of
de uitgave voorafgaandelijk isvastgelegd
en of alle wettelijke vereisten inzake de uitgave werden
nageleefd.
De
vereffening bestaat er ook in na te gaan of de bestelbon, de levering
van de
goederen en de factuur in overeenstemming zijn. In het
FEDCOM-systeem gebeurt
die verificatie in principe automatisch en de vereffenaar beheert de
problemen
in geval van blokkering.
3. De ordonnancering
Aangezien de aanrekening van een uitgave
gebeurt
op het moment van vereffening ervan geeft de ordonnancering van een
uitgave
niet langer aanleiding tot een aanrekening. Het principe van
ordonnancering
blijft evenwel bestaan maar moet worden begrepen als de uitgifte van
een betaalopdracht.
Die betaalopdracht moet worden gesitueerd tussen de budgettair
vereffende
en aangerekende uitgave en de betaling ervan. Die opdracht betekent
concreet
dat een uitgave van de bevoegde vakminister voor betaling wordt
overgezonden
aan een rekenplichtige die onder het gezag van de Minister van
Financiën
optreedt.
4. De betaling
Dit
is het vervullen van betalingsformaliteiten door een openbaar
rekenplichtige.
Aangezien de ontvangsten en uitgaven
gecentraliseerd worden bij
de administratie van de Thesaurie, worden de betalingen meestal
verricht door
bemiddeling van de dienst der postchecks, door overschrijving of door
assignatie.
Sommige betalingen gebeuren via de Nationale Bank van België.
Het gaat
voornamelijk om betalingen in vreemde deviezen.
Afsluiting (=begrotingsjaar n+1)
Vóór 30 juni van elk jaar
dient de Minister van
Begroting bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers het ontwerp van wet
ter
goedkeuring van de algemene rekening van het algemeen bestuur in.
Voordien
heeft de Minister van Begroting, vóór 31 maart
van het jaar volgend op het
begrotingsjaar, de algemene rekening van het algemeen bestuur
opgesteld. Daarin
zijn de jaarrekeningen en de uitvoeringsrekening van de begroting
vervat.
Die
algemene rekening wordt op haar beurt door het Rekenhof overgezonden
aan de
Kamer van Volksvertegenwoordigers samen met de opmerkingen van dat hof.