Een begroting is een akte die uitgaat van de
begrotingsgezagsdragers en waarin de verwachte en toegelaten
ontvangsten en uitgaven van een overheid zijn opgenomen voor een
bepaalde periode, meestal één jaar.
Deze definitie kan worden toegepast op het niveau van de federale
overheid, de gemeenschappen en gewesten, de provincies, de gemeenten,
de instellingen van openbaar nut.
Een begroting is méér dan een raming van
ontvangsten en uitgaven, omdat ze aangeeft welke middelen een overheid
wil besteden aan haar beleid tijdens het begrotingsjaar. Het
is dus een akte met een politieke en sociaal-economische
draagwijdte.
De goedkeuring van de begroting door de wetgevende macht (de Kamer van
volksvertegenwoordigers) houdt in feite een goedkeuring in van het
beleid van de uitvoerende macht.
De Belgische Staatsbegroting bestaat uit drie onderdelen: de
Middelenbegroting, de Algemene Uitgavenbegroting en de Algemene
Toelichting.