Een
volgens de
criteria van de economische classificatie uitgevoerde consolidatie van
de
begrotingsverrichtingen van de verschillende entiteiten van de centrale
overheid en van sommige instellingen van openbaar nut en inclusief,
zonodig,
debudgetteringen.
Om
de overstap
te maken van de begroting naar de nationale rekeningen, is het
noodzakelijk de
ontvangsten en uitgaven onder te verdelen volgens hun economische aard.
Dit
gebeurt door de economische classificatie, een codificatiesysteem dat
aan
iedere begrotingspost een economische code toekent. Men dient de
aandacht te
vestigen op het verband tussen de economische code en de
begrotingsposten.
Volgens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de
Rijkscomptabiliteit van
17 juli 1991 moeten de kredieten toegekend aan de begrotingsprogramma's
worden
verdeeld in basisallocaties overeenkomstig met de indeling van de
economische
classificatie.
In
dit artikel
worden bedoeld de basisallocaties en de ontvangstenartikels in strikte
zin die
kunnen worden gedefinieerd als zijnde begrotingsartikels op vier
decimale
posities waarvan de eerste twee cijfers zijn gebaseerd op de
economische
classificatie en de laatste twee cijfers een louter
rangschikkingsnummer zijn
om de basisallocaties of ontvangstenartikels te klasseren binnen de
begrotingsprogramma's.
De
economische
classificatie die thans wordt gebruikt is deze van oktober 2000, op
grond van
het ESR95.
Een
economische code bestaat uit vier cijfers:
het eerste
cijfer duidt aan of de basisallocatie overeenkomt met een lopende of
met een kapitaalverrichting;
het tweede
cijfer duidt aan of de verrichting slaat op een uitgave of op een
ontvangst;
het derde en
het vierde cijfer stellen subgroepen voor die meer gedetailleerde
inlichtingen bieden.
Het
eerste cijfer duidt de hoofdgroep aan
waartoe de verrichting behoort.
Als
dit cijfer:
-
gelijk is aan 0 : dan gaat
het in dit geval om niet-gesplitste verrichtingen of interne
verrichtingen.
Niet-gesplitste verrichtingen worden, indien mogelijk, verdeeld over de
hoofdgroepen 1 tot en met 9; - tussen 1 tot en met 4 ligt : het
gaat om een
lopende verrichting, met name verrichtingen betreffende diensten
(bijvoorbeeld
lonen) en goederen (hoofdgroep 1), intresten en inkomsten uit eigendom
(hoofdgroep 2), alsmede de lopende overdrachten buiten de overheid
(hoofdgroep
3) en binnen de overheid (hoofdgroep 4);
- tussen 5 tot en met 8 ligt : het gaat
om een
kapitaalverrichting, met name verrichtingen inzake kapitaaloverdrachten
buiten
de overheid (hoofdgroep 5) en binnen de overheid (hoofdgroep 6), de
investeringen (hoofdgroep 7), kredietverleningen en deelnemingen
(hoofdgroep
8);
- gelijk is aan 9 : deze code komt
overeen met verrichtingen
inzake de staatsschuld, andere dan betalingen van rentelasten.
Het
tweede cijfer brengt bijkomende
verduidelijkingen aan. Als het tussen 1 tot en met 5 ligt, gaat het om
een
uitgave; tussen 6 tot en met 9 gaat het om een ontvangst.
Economische
hergroepering van de verrichtingen van de federale overheid op basis
van de economische classificatie van de ontvangsten en de uitgaven van
de overheid -ESR95:
Een
volgens de
verschillende taken (functionele classificatie) van de verschillende
entiteiten
van de centrale overheid uitgevoerde consolidatie van de
begrotingsverrichtingen, sommige instellingen van openbaar nut en
inclusief,
zonodig, debudgetteringen, ongeacht de begroting waarin ze opgenomen
zijn.
De
functionele
classificatie is een rangschikking van de uitgaven en ontvangsten van
alle
overheidsdiensten volgens hun functionele bestemming. Dit maakt het
mogelijk om
een inzicht te krijgen in de beleidsdoelstellingen van de overheid
zoals die
tot uitdrukking komen in de uitgaven en de ontvangsten, over meerdere
jaren en
volgens de verschillende onderwerpen van de overheidszorg.
Hierdoor krijgt men een overzicht van de overheidsuitgaven, de
prioriteiten die
deze landen vooropstellen en aan welke doelstellingen en functies ze
een groter
deel van hun begroting besteden dan andere landen. Door de functionele
classificatie krijgt men een vollediger beeld van de betrokken
overheidssector
door er, waar nodig, debudgetteringen alsmede de verrichtingen van de
overheidsinstellingen in op te nemen. In Europese context wordt meer en
meer
aandacht besteed aan de kwaliteit van de overheidsuitgaven. De
functionele classificatie
is hiervoor een goed analyse-instrument.
Tot
en met de
begroting van 2003 werd gebruik gemaakt van de Benelux classificatie.
Aangezien
deze classificatie al dateert van 1989 en men deze wil gelijkschakelen
met al
de Europese landen, werd de classificatie hervormd. De nieuwe methode
van
classificatie zal van toepassing zijn vanaf de begroting van 2004. Het
basisprincipe van de classificatie blijft hetzelfde maar er zullen toch
verschillen zijn zoals de overschakeling op COFOG (Classification Of
the
Functions Of Government: de classificatie van de overheidsfuncties). De
COFOG
geeft de overheidsuitgaven weer onderverdeeld in 10 afdelingen, met
name:
gezondheid, onderwijs, sociale bescherming, milieubescherming,
financiële en
fiscale zaken, buitenlandse zaken, defensie en openbare orde en
veiligheid.
Deze 10 afdelingen zullen de 14 hoofdgroepen vervangen van het vroegere
systeem
van classificatie. De COFOG classificatie bevat vier verschillende
niveaus:
een
afdeling
(of een categorie met twee cijfers);
een
groep (of
een categorie met drie cijfers);
een
klasse (of
een categorie met vier cijfers) en
een
subklasse
(vijf cijfers).
De
functionele classificatie wordt net als de economische hergroepering
opgetekend door de Macrobudgettaire dienst en geleverd aan het INR
(Instituut
voor Nationale Rekeningen), dat ze na een aantal aanpassingen opneemt
in de
Nationale rekeningen.
Functionele hergroepering
van de uitgaven van de federale overheid op basis
van de functionele classificatie - COFOG 1998: