|
Bureau voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie
|
|
|
Het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie heeft als opdracht de preventieve bewaking van de integriteit van de federale overheidsdiensten.
Het Bureau staat in voor de ontwikkeling van het preventief integriteitsbeleid en zal daartoe:
- de bevoegde Minister(s) en/of de Ministerraad adviseren over het federaal preventief integriteitsbeleid;
- de bevoegde Minister(s) en/of de Ministerraad voorstellen doen over de concrete implementatie van het federaal preventief integriteitsbeleid;
- de ontwikkelingen op het vlak van integriteitsbeleid en integriteitsbeheer op nationaal en internationaal vlak opvolgen.
De Ministerraad heeft op 30 juni 2006 op voorstel van de Minister van Begroting de beleidsnota omtrent het federaal preventief integriteitsbeleid goedgekeurd. Met het oog op de uitvoering van dit beleid laat het Bureau zich bijstaan door de adviesgroep ‘Ambtelijke Ethiek en Deontologie’.
Inmiddels heeft het Bureau een deontologisch kader opgesteld voor de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt. Het is als omzendbrief gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 augustus 2007. Dit kader heeft als eerste doelstelling het vertrouwen van de burger in de goede werking van het federaal administratief openbaar ambt te bewaren en te versterken door het ethisch en deontologisch gedrag van alle ambtenaren te stimuleren.
In samenhang met dit kader heeft de FOD P&O in samenspraak met het Bureau het deel van het statuut van het Rijkspersoneel dat gewijd is aan de rechten en plichten van de ambtenaar herwerkt. Dit heeft geleid tot het koninklijk besluit van 14 juni 2007 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen (B.S. van 22 juni 2007) waarin een bijzondere aandacht wordt besteed aan het concept ‘belangenconflict’ en de regeling ervan.
|
 |