In kolom 3 "ks" wordt
aangegeven of de kredieten "gewone" kredieten (limitatief) zijn dan wel
variabele kredieten (fon).
De gewone kredieten vormen
een uitzondering op de eenjarigheid van de kredieten doordat ze bestemd
zijn om
uitgaven te dekken voor werken of leveringen van diensten waarvan de
uitvoeringstermijn
langer is dan 12 maanden (bijvoorbeeld: infrastructuurwerken). Ze
worden opgesplitst in vastleggings- en
vereffeningskredieten:
vastleggingskredieten:
voorzien in de bedragen die kunnen worden vastgelegd uit hoofde van
verbintenissen die in de loop van het
begrotingsjaar
zijn ontstaan of worden
aangegaan en voor de terugkerende verbintenissen waarvan de gevolgen
zich over
meerdere jaren uitstrekken ten belope van de bedragen die tijdens het
begrotingsjaar opeisbaar zijn.
vereffeningskredieten: voorzien in de bedragen die in de loop van het
begrotingsjaar vereffend kunnen worden uit hoofde van de vastgestelde
rechten
voortvloeiend uit voorafgaandelijk vastgelegde verbintenissen. Voor
de FOD’s die geen piloot zijn in het Fedcom-project, is er
geen
vereffening van de uitgaven op basis van de vastgestelde rechten maar
wel
ordonnancering ten laste van de vereffeningskredieten die met
ordonnanceringskredieten worden gelijkgesteld.
Variabele kredieten hebben betrekking op een begrotingsfonds, dit
is een fonds opgericht bij wet en gestijfd met voorbestemde ontvangsten
van de
Rijkmiddelenbegroting. De beschikbare kredieten
zijn afhankelijk
van deze ontvangsten en van het beschikbare saldo van het
vorige begrotingsjaar.