In kolom 3 "ks" wordt
aangegeven of de kredieten "gewone" kredieten (limitatief) zijn dan wel
variabele kredieten (fon).
De gewone (limitatieve) vastleggingskredieten
De
begroting bevat vastleggingskredieten ten belope waarvan bedragen
kunnen worden
vastgelegd uit hoofde van verbintenissen die ontstaan of worden
gesloten tijdens het
begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen waarvan de
gevolgen zich over
meerdere jaren voordoen, ten belope van de tijdens het begrotingsjaar
opeisbare sommen.
Onder recurrente verbintenissen behoort te worden verstaan
verbintenissen zoals wedden,
pensioenen, abonnementen of huurgelden, die gespreid over verschillende
jaren gevolgen
hebben en waarvan de aanrekening op het jaar waarin ze ontstaan, een
last zou zijn die
daarmee geen economische band heeft.
De gewone (limitatieve) vereffeningskredieten
De begroting bevat vereffeningskredieten ten
belope waarvan tijdens het begrotingsjaar
bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van de rechten vastgesteld
in uitvoering van
voorafgaandelijk vastgelegde verbintenissen.
De niet-FEDCOM departementen werken in de overgangsfase echter niet met
de
vereffening op grond van de vastgestelde rechten, maar met de
ordonnancering ten laste
van met ordonnanceringskredieten gelijkgestelde vereffeningskredieten.
De variabele vastleggings- en
vereffeningskredieten
Kredieten van organieke begrotingsfondsen die
variëren in functie van de geïnde
toegewezen ontvangsten op de overeenkomstige posten van de
middelenbegroting.
Eventueel wordt met het beschikbare saldo van het vorige jaar rekening
gehouden.
Specifieke krediettypes
Bijkredieten lopend jaar
Een
in de loop van het begrotingsjaar door de Kamer goedgekeurd krediet om
de initieel
ingeschreven vastleggings- of vereffeningskredieten aan te passen
(verhogen).
Aanvullende kredieten
Bijkomende
kredieten die toegekend worden door de wet tot goedkeuring van de
algemene
rekening van het algemeen bestuur (rekeningenwet) om vastgestelde
kredietoverschrijdingen achteraf te regulariseren.
Provisionele kredieten
Kredieten
die jaarlijks in de begroting worden ingeschreven (meestal bij de FOD
Budget en
Beheerscontrole) om voorzienbare bijkomende uitgaven te dekken, maar
waarvan het
precieze bedrag afhangt van onzekere evoluties en de juiste verdeling
over de diverse
departementen nog niet kan gebeuren (bvb. de stijging van het
indexcijfer van de
consumptieprijzen en de sociale programmatie). Op basis van een
algemene wetsbepaling in
de algemene uitgavenbegroting mogen deze kredieten dan in de loop van
het jaar, met een
koninklijk besluit en met het akkoord van de Minister van Begroting,
volgens de behoeften
verdeeld worden over de betrokken departementen en
programma’s.