De
begroting wordt uitgevoerd door de regering, die hierop een intern
controlemechanisme heeft ingesteld, met name de administratieve en
begrotingscontrole.
De
administratieve en begrotingscontrole is een geheel van regels en
procedures
die de regering zichzelf en elk van haar leden oplegt bij de
voorbereiding en
uitvoering van de begroting om de vermijden dat budgettaire
onregelmatigheden
worden begaan (controle op de wettelijkheid) en om de openbare
financiën in het
algemeen te beheersen (controle op de conformiteit met het
begrotingsbeleid en
opportuniteitscontrole, namelijk een controle op de doelmatige en
doeltreffende
aanwending van de beschikbare middelen).
De
interne controle betreft eveneens de aanwervingen bij het openbaar
ambt, de
wedden, de toelagen en de toegekende uitkeringen.
De
a posteriori controle van de uitgaven is beperkter en is vooral gericht
op de
controle van het gebruik van de subsidies.
De
interne begrotings- en administratieve controle wordt uitgeoefend
door:
de Controle van de
Vastleggingen;
de Inspectie van
Financiën;
de minister van
Ambtenarenzaken;
de minister van Begroting;
de Ministerraad.
De
externe controle wordt uitgevoerd door het parlement, dat hierbij wordt
bijgestaan door het Rekenhof.