De
Inspectie van Financiën is een Interfederaal Korps waarvan de
organisatie wordt
geregeld door een koninklijk besluit van 28 april 1998. Zij
staat onder
de hoge leiding van een Interministeriële Raad, samengesteld
uit de federale
Ministers van Financiën en Begroting, van vertegenwoordigers
van de
Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de
Gemeenschappelijke
en Franse Gemeenschapscommissies.
DE OPDRACHTEN
Budgettair,
financieel en organisatorisch advies
De
Inspecteur van Financiën is de budgettaire en
financiële raadgever van de
Minister waarbij hij/zij is geaccrediteerd door de Minister van
Begroting. De Inspecteur van Financiën doet aan de
Minister alle
voorstellen die de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de
aangewende
middelen kunnen verbeteren, die de werking van de departementale
diensten
kunnen optimaliseren of die besparingen opleveren.
De
Inspecteur van Financiën geeft eveneens advies over alle
vragen die hem worden
voorgelegd door de Minister waarbij hij is aangesteld. De
Minister kan
hem ook onderzoeksopdrachten toevertrouwen bij private of openbare
instellingen
die door de staat worden betoelaagd. De Inspecteur van
Financiën handelt
dan in naam en voor rekening van de Minister bij wie hij is aangesteld.
Budgettaire- en
financiële controle
De
regering, en in het bijzonder de Minister van Begroting, belast de
Inspecteur
van Financiën met de controle van alle verrichtingen van de
ordonnancerende
Ministers of hun gedelegeerden met uitzondering van de vaste uitgaven,
de
verrichtingen met weinig belang en de gereglementeerde toelagen
(organieke
toelagen).
Het voorafgaand visum van de Inspecteur van
Financiën is nodig
voor:
de
voorontwerpen van wet, de ontwerpen van koninklijk besluit, de
ontwerpen van
ministerieel besluit, omzendbrieven en beslissingen die worden
voorgelegd aan
de Ministerraad of aan de Minister van Begroting;
de
voorstellen waarvan de verwezenlijking een financiële impact
heeft of die de
organisatie van de diensten beïnvloeden;
voorstellen met betrekking tot
de staatswaarborg.
De controle op het domein van
de bevoegdheden van de Minister van Ambtenarenzaken
De
Inspecteur geeft een voorafgaand advies over alle ontwerpen die een
akkoord van
de Minister van Ambtenarenzaken vereisen zoals het personeelsplan, het
geldelijk statuut, toelagen, ...
De
controle van de Inspecteur van Financiën behelst alle aspecten
van de geplande
verrichtingen. Naast de wettelijkheid, de beschikbaarheid van
kredieten,
de overeenstemming met vroegere beslissingen van de Regering, gaat de
Inspecteur van Financiën vooral na of de verrichtingen
opportuun zijn, of de
gekozen middelen doelmatig zijn, of er alternatieve oplossingen bestaan
en of
de directe en indirecte kosten op korte en lange termijn inzake het
betrokken
voorstel juist zijn. De
controle die de Inspecteur van Financiën uitoefent, resulteert
in een
geschreven en gemotiveerd advies waarin een gunstige of ongunstige
beoordeling
is opgenomen. In het geval van een ongunstig advies kan de betrokken
minister,
naargelang van het geval, beroep aantekenen bij de Minister van
Begroting of
bij de Minister van Ambtenarenzaken. Als deze het ongunstig
advies
bevestigen, kan de betrokken Minister in laatste instantie de zaak voor
de
Ministerraad brengen.
De
Inspecteurs van Financiën beschikken over een ruime
onderzoeksmacht bij de
uitoefening van hun opdracht. Zij oefenen de controle uit op
stukken en
ter plaatse.
Zij hebben toegang tot alle dossiers en alle archieven van het
departement. De diensten moeten de Inspecteur alle gevraagde
inlichtingen
verschaffen. Hij mag echter niet deelnemen aan de leiding of het beheer
van de
diensten noch orders geven met de bedoeling een verrichting tegen te
houden of
op te schorten.
De Inspecteur van Financiën kan ook door de Minister van
Begroting en
Ambtenarenzaken worden afgevaardigd om bevoegdheden uit te oefenen die
door die
Ministers worden bepaald.