De Algemene Uitgavenbegroting volgt een
programmastructuur. Onder “programmastructuur”
verstaat men de manier waarop de begrotingsartikelen in
de algemene uitgavenbegroting verdeeld worden in gehelen of subgehelen
volgens het “getrapte”
schema hierna:
DEPARTEMENTALE
SECTIES
ORGANISATIEAFDELINGEN
PROGRAMMA’S
BASISALLOCATIES Onder “organisatieafdeling”
(code 01 tot 99) verstaat men elk groot samenstellend deel
van de departementale organisatie dat een belangrijk beheerscentrum
uitmaakt (bvb. een
algemene directie of een gelijkwaardige administratieve entiteit).
Onder “programma”
(code 0 tot 9) verstaat men elk geheel van de
activiteiten die, binnen
elke organisatieafdeling, bijdragen tot de verwezenlijking van een
gegeven doelstelling en de
inzet vergen van begrotingsmiddelen.
Een “bestaansmiddelenprogramma”
(code 0) bevat het geheel van de personeels-,
werkings-, en uitrustingskosten van een organisatieafdeling.
Een “activiteitenprogramma”
(code 1 tot 9) bevat het geheel van de specifieke
kosten
voor een welbepaald doel, met uitzondering van de uitgaven die al
vervat zijn in het
bestaansmiddelenprogramma.
Die activiteiten kunnen zijn:
- ofwel één van de
permanent uitgeoefende opdrachten van de organisatieafdeling,
- ofwel een gelegenheidsopdracht toevertrouwd
aan deze afdeling.
Een “activiteit”
(code 1 tot 9) is de werkzaamheid of verrichting
waaraan begrotingsmiddelen worden toegewezen en die, afzonderlijk of
gegroepeerd, bijdraagt tot de
verwezenlijking van de doelstelling van het activiteitenprogramma.
De “basisallocaties”
vormen de uitsplitsing van de kredieten voor de programma’s
volgens de economische classificatie (ESR 95), waarop de uitgaven
worden aangerekend.