De Algemene uitgavenbegroting volgt een
programmastructuur: de begrotingskredieten worden opgesplitst in
gehelen en
subgehelen, volgens het volgend schema:
- departementale begroting (begrotingssectie)
- organisatieafdeling
- programma
-
budgettaire basisallocaties. Een organisatieafdeling is een grote
component van de departementale organisatie die een belangrijk
beheerscentrum
vormt. Het gaat bijvoorbeeld om een hoofdbestuur, een algemene directie
of een
gelijkwaardige administratieve entiteit.
Binnen een organisatieafdeling is een geheel
van activiteiten die bijdragen tot
de verwezenlijking van een doelstelling en die de inzet van
begrotingsmiddelen
vergen een programma.De benaming van elk van de
programma’s moet de
beoogde hoofddoelstelling weergeven. Onder de programma's onderscheidt
men deze
die verband houden met uitgaven voor
“bestaansmiddelen” en deze die
activiteiten betreffen. Het bestaansmiddelenprogramma bevat alle kosten
die
binnen een organisatie-afdeling niet kunnen worden gehecht aan een bijzonder programma. Het gaat
voornamelijk om personeels- en werkingskosten die niet kunnen worden
verdeeld
onder de andere programma's. In de meeste gevallen vormen ze vaste
uitgaven, in
de mate waarin ze moeten worden gedragen ook als er geen activiteiten
worden
uitgeoefend. Het activiteitenprogramma draagt bij tot de
verwezenlijking van
een welbepaalde doelstelling. Het bevat dan ook alle
“bijkomende” kosten die
eigen zijn aan een bepaald beleid.
De kredieten die behoren tot een programma worden opgesplitst in meer
gedetailleerde begrotingsallocaties, de basisallocaties, overeenkomstig
de
economische classificatie van de uitgaven.