Contact     Site Map     Help       Search:   .be

Logo FOD B&B
muntstukken
Over de FOD B&B
Een Begroting
Beleid
Cijfers
Begrotingsdocumenten
+ Toepassingen +  
Links  
Woordenlijst  
Search PortalSearch Portal
September 9 2010


Zilverfonds

ZilverfondsNL

Een verouderende bevolking

De generatie die geboren is na de Tweede Wereldoorlog, de zogenaamde babyboomgeneratie, bereikt stilaan de pensioengerechtigde leeftijd. De leeftijdssamenstelling van de bevolking zal hierdoor dan ook sterk worden aangetast.Tegen 2010 zal 20 tot 30 procent van de Belgische bevolking 60 jaar zijn of ouder. In de periode 2010-2030 zouden er ongeveer achthonderdduizend personen op pensioen gaan.

Stijgende uitgaven voor sociale zekerheid

De vergrijzing van de bevolking zal aanleiding geven tot een sterkere stijging van de uitgaven voor pensioenen en voor gezondheidszorg, ook als gevolg van de ontwikkelingen in de technologie. Daarentegen zou het gewicht van andere sociale uitgaven (kinderbijslag en werkloosheid) in termen van het BBP moeten afnemen. In het algemeen zou het gewicht van de uitgaven voor sociale zekerheid over de periode 2006-2030 toenemen met ongeveer 4,4% van het BBP en met 6,2% BBP over de periode 2006-2050.

Hoe gaat men dit in de toekomst financieren?

Op lange termijn zal deze demografische evolutie wegen op de uitgaven van de sociale zekerheid zodat deze onbetaalbaar dreigen te worden.

Schuldafbouw schept ruimte voor de toekomst

België worstelt nog altijd met een hoge staatsschuld, hoewel de laatste jaren een bemoedigende vooruitgang in de schuldafbouw is geboekt. De overheid betaalt nog steeds een aanzienlijk bedrag aan rentelasten op deze schuld. Door de schuldgraad versneld af te bouwen, kunnen ook deze rentelasten versneld worden gereduceerd, zodat er ruimte vrijkomt voor onder meer de financiering van de stijgende uitgaven voor pensioenen en ziekteverzekering.

Naast het begrotingsbeleid kunnen ook andere beleidsdomeinen bijdragen tot het opvangen van de kost van de vergrijzing. Zo kunnen een verhoging van de activiteitsgraad en het stimuleren van de economische groei zorgen voor een ruimere financieringsbasis.

De oprichting van het Zilverfonds

Reeds in 2001 wou de regering een duidelijke band creëren tussen de begrotingsinspanningen en de financiering van de toekomstige pensioenlasten, het beleid inzake veroudering beter onderbouwen en tegelijk op lange termijn een voldoende collectief welvaartsniveau garanderen. Zo werd de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds, aangenomen. Het Zilverfonds was geboren.

Deze wet bevat twee onderdelen. Het eerste omvat bepalingen in verband met de financiering en de werking van het Zilverfonds, het tweede een aantal bepalingen inzake de voorbereiding van het regeringsbeleid inzake vergrijzing.

/bbimages/pdf.gif Wetsontwerp tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een zilverfonds

/bbimages/pdf.gif Wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een zilverfonds

/bbimages/pdf.gif Memorie van Toelichting

/bbimages/pdf.gif Artikelsgewijze bespreking

De aanpassing van de wet op het Zilverfonds

In de loop van de eerste jaren van zijn bestaan, werd het Zilverfonds hoofdzakelijk gespijsd met niet-fiscale ontvangsten. Om het verband te versterken tussen het begrotingsbeleid en de financiering van het Zilverfonds, besloot de regering de wet op de financiering van het Zilverfonds aan te passen. Dit resulteerde in de wet tot wijziging van de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds.

In de gewijzigde wet werden nieuwe financieringsregels opgesteld. De uitdaging op korte termijn bestaat erin het evenwicht permanent structureel te maken. De structurele overschotten die vanaf 2007 zullen ontstaan, moeten leiden tot een snelle afbouw van de schuld en op die manier ruimte creëren om de budgettaire gevolgen van de vergrijzing op te vangen. Vanaf 2007 zou 0,3 % BBP kunnen worden overgemaakt aan het Zilverfonds. Dit bedrag zal van 2008 tot 2012 jaarlijks worden verhoogd met 0,2% BBP. Er werd eveneens bepaald dat de financiering afkomstig van schuldverminderende operaties die geen invloed hebben op het vorderingensaldo, beperkt blijft tot 250 miljoen euro per jaar tot in 2010 en 500 miljoen euro per jaar voor de daaropvolgende jaren.

/bbimages/pdf.gif Wet van 20 december 2005 tot wijziging van de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds

De werking van het Zilverfonds

In het Zilverfonds worden middelen gekapitaliseerd om de stijging van de pensioenuitgaven tussen 2010 en 2030 te financieren.

De financieringsbronnen van het Zilverfonds zijn:

  • begrotingsoverschotten;
  • overschotten van de sociale zekerheid;
  • niet-fiscale ontvangsten;
  • de opbrengsten uit beleggingen van het Zilverfonds.
De middelen van het Zilverfonds worden belegd in speciaal daartoe gecreëerde obligaties, genaamd (Schatkistbons - Zilverfonds), die worden uitgegeven op vraag van het Fonds. Deze schatkistbons leveren interesten op, de prijs kan niet worden onderhandeld en ze zijn van het type nulcoupon.  Het Zilverfonds kan aldus beschouwd worden als een vorm van collectieve kapitaalbelegging binnen het pensioensysteem.

Vanaf 2010, en van zodra de schuldgraad zich onder de 60% bevindt, kan het kapitaal van het Zilverfonds worden aangesproken ter financiering van de verschillende wettelijke pensioenstelsels.

De reserves van het Zilverfonds

In 2008 principieel een bedrag aan het Zilverfonds zou toegewezen worden gelijk aan 0,5 procent van het bruto binnenlands product. Wegens het ontbreken van een overschot besliste de Regering dat de in de wet voorziene stortingen naar het Zilverfonds niet zouden kunnen gebeuren. Er werd evenmin overgegaan tot de affectatie aan het Fonds van niet-fiscale ontvangsten.

Beleggingen uitgevoerd in de periode 2001-2007 (in EUR)



Bij het einde einde van zijn zevende werkingsjaar, bedraagt de portefeuille van het Zilverfonds, met begrip van de prorata temporis verworven interesten op de zerocouponleningen, 16.183,1 miljoen EUR, wat een stijging van 689,4 miljoen EUR betekent ten opzichte van de toestand eind 2007:



In 2021, zal de portefeuille die het Zilverfonds eind 2008 opgebouwd heeft 21.874,3 miljoen euro waard zijn.

/bbimages/pdf.gif  Jaarverslag over de werking van het Zilverfonds


De opmaak van de Zilvernota

De Zilvernota opgenomen in de Algemene Toelichting bij de begroting zet het regeringsbeleid uiteen met betrekking tot de vergrijzing van de bevolking. De wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds bepaalt drie stappen in de opmaakprocedure voor de Zilvernota:

  • Jaarlijks stelt de bij de genoemde wet opgerichte Studiecommissie voor de Vergrijzing een verslag op, met daarin onder meer een analyse van de budgettaire en sociale gevolgen van de vergrijzing.

    /bbimages/pdf.gif 
    Studiecommissie voor de vergrijzing : Jaarlijks verslag 2010

  • De afdeling Financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën (een adviesorgaan dat jaarlijks een advies uitbrengt over het budgettair beleid) houdt bij het  formuleren van haar aanbevelingen rekening met het verslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing.

    /bbimages/pdf.gif Hoge Raad van Financiën


  • De regering is tenslotte verplicht om jaarlijks een Zilvernota op te stellen, in functie van de conclusies van de Studiecommissie voor de vergrijzing en de Afdeling financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën. Deze wordt opgenomen in de Algemene Toelichting bij de begroting. In deze nota zet de regering haar beleidslijnen uiteen inzake het beheer van de problematiek van de vergrijzing van de bevolking.

    /bbimages/pdf.gif Zilvernota



Zilvernota
 Zilvernota
Zilverfonds
 Zilverfonds

Verantwoordelijke inhoud:
Contact
Macrobudgettaire Dienst

back

©2009 Belgian Federal Government  |  Privacy