|
Bureau voor ambtelijke ethiek en deontologie
|
|
Voorstelling
|
|
|
|
|
Het oprichtingsbesluit van de federale overheidsdienst begroting en beheerscontrole (15 mei 2001) voorzag de opdracht om in te staan voor “de preventieve integriteitsbewaking” in het federaal administratief openbaar ambt.
De internationale omgeving heeft een bepalende rol gespeeld in de evolutie van het federaal integriteitsbeleid. Een aantal internationale instellingen, zoals de OESO, de Raad van Europa (GRECO) en de Verenigde Naties hebben immers als hefboom gefungeerd op dit domein.
Vandaar de oprichting van het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie op 1 juli 2006 door de Ministerraad.
De Ministerraad ging ook akkoord met de nota over het federaal integriteitsbeleid en gaf het Bureau en zijn Adviesgroep onder meer de opdracht voor het schrijven van het deontologisch kader.
Het federaal integriteitsbeleid zal in de komende jaren in grote mate worden bepaald door de preventieve maatregelen in de wet van 8 mei 2007 houdende instemming met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de corruptie, gedaan te New York op 31 oktober 2003.
Onze medewerkers
|
 |